Postbus 8152, 3503 RD Utrecht Lotgenotencontact
Want create site? With Free visual composer you can do it easy.

Chemotherapie

Een medicijn dat bij dikkedarmkanker bijna altijd gebruikt wordt is 5-fluorouracil (5-FU). Dit wordt in combinatie met leucovorine gebruikt. Het is gebleken dat leucovorine de werking van 5-FU versterkt. 5-FU krijg je via een infuus of door middel van injecties in de bloedbaan. Leucovorine is een medicijn in tabletvorm. Het is mogelijk om 5-FU te vervangen door een medicijn dat per tablet wordt toegediend: capecitabine. Capecitabine wordt in het lichaam, en met name in kankercellen, omgezet in 5-FU. Capecitabine hoeft niet gecombineerd te worden met leucovorine.

Oxaliplatin en irinotecan zijn ook veel gebruikte medicijnen bij dikkedarmkanker. Oxaliplatin wordt altijd samen met 5-FU of capecitabine toegepast, zowel na een operatie (“adjuvante therapie”) als bij uitgezaaide ziekte. Irinotecan wordt alleen, of samen met 5-FU toegepast bij patiënten met een uitgezaaide vorm van dikkedarmkanker. Bij patiënten met uitgezaaide ziekte is het vooral belangrijk dat alle drie de chemotherapeutica (5-FU/capecitabine, oxaliplatin, irinotecan) in het beloop van de ziekte worden toegediend. Het hangt af van de individuele situatie van de patiënt of deze middelen het beste in combinatie of afzonderlijk na elkaar worden toegediend.

Monoklonale antilichamen

Antilichamen zijn stoffen die door het afweersysteem aangemaakt worden. Ze worden ook wel antistoffen genoemd. Antilichamen kunnen indringers zoals bacteriën of virussen herkennen en ‘aanvallen’. Monoklonale antilichamen zijn antilichamen die in een laboratorium worden nagemaakt. Soms kunnen deze stoffen als medicijn worden gebruikt omdat ze specifieke eiwitten kunnen herkennen en eraan binden. Dit kunnen eiwitten zijn die op kankercellen zitten, of eiwitten die vrij in de bloedsomloop circuleren en een rol spelen bij de groei van kankercellen. Door binding van het antilichaam aan deze eiwitten kan de groei van de kankercellen gericht worden geremd. Twee voorbeelden van deze medicijnen zijn:

  • VEGF-remmers (Vasculaire Endotheliale Groeifactor) VEGF stimuleert de vorming van nieuwe bloedvaten in tumoren (kankerweefsel). Een tumor heeft bloed(vaten) nodig om te kunnen groeien. Avastin® (bevacizumab) blokkeert de werking van VEGF, waardoor dit proces wordt geremd en de tumor niet verder kan groeien. Avastin® (bevacizumab) dient altijd in combinatie met chemotherapie te worden toegediend.
  • EGFR-remmers (Epidermale Groeifactor Receptor) Via de EGFR worden meerdere signalen aan kankercellen doorgegeven die hun groei bevorderen. Binding van het antilichaam aan de EGFR gaat de groei en uitbreiding van kankercellen tegen. Erbitux® (cetuximab) en Vectibix® (panitumumab) zijn antilichamen gericht tegen de EGFR, en hebben een vergelijkbare werkzaamheid. Deze middelen kunnen met of zonder chemotherapie worden toegediend.

Deze monoklonale antilichamen worden alleen gebruikt bij patiënten met uitgezaaide dikkedarmkanker.

RAS- test bevordert behandelen op maat

Voor behandeling met een antilichaam tegen VEGF bestaan (nog) geen testen die de werkzaamheid kunnen voorspellen. Om te bepalen of een patiënt in aanmerking komt voor behandeling met een antilichaam tegen EGFR wordt vooraf de RAS-test gedaan. Dit is een test waarbij het genetisch materiaal van de tumor wordt onderzocht op de aanwezigheid van een verandering in een specifiek stukje DNA. Download hier Darmkanker en uw DNA:

Darmkanker en uw DNA

Darmkanker en uw DNA

 

 

 

 

 

 


Downloaden

Behandelingskeuzes op basis van RAS test

  1. RAS gen met mutatie. Wanneer er bij uitgezaaide dikkedarmkanker een mutatie in het RAS gen is aangetoond, dan wordt gekozen voor een behandeling met Avastin® (bevacizumab) in combinatie met chemotherapie. Erbitux® (cetuximab) en Vectibix® (panitumumab) zijn niet werkzaam wanneer de tumor een RAS mutatie bevat.
  2. RAS gen zonder mutatie (Wildtype RAS) Bij uitgezaaide dikkedarmkanker waarbij er geen mutatie in het RAS gen is aangetoond (zogenaamd wildtype RAS), is zowel een behandeling met Avastin® (bevacizumab) als met Erbitux® (cetuximab) of Vectibix® (panitumumab) mogelijk. Voor welk middel (Avastin® of Erbitux® / Vectibix®, het eerste wordt gekozen hangt af van individuele factoren die de arts met u zal bespreken.

Bijwerkingen

De middelen 5-FU, oxaliplatin, capecitabine, leucovorin en irinotecan kunnen (maar hoeven niet) de volgende bijwerkingen te hebben:
5-FU en capecitabine

  • Moeheid
  • Misselijkheid, minder eetlust
  • Diarree
  • Roodheid van handpalmen en voetzolen (hand-voetsyndroom)
  • Kwetsbaar slijmvlies van mond, neus en keel
  • Verminderde aanmaak van de bloedcellen

Oxaliplatin

  • Moeheid
  • Misselijkheid, braken, minder eetlust
  • Diarree
  • Tintelingen aan vingers en tenen
  • Verminderd of doof gevoel voetzolen
  • Verminderde aanmaak van de bloedcellen en bloedplaatjes

Irinotecan

  • Moeheid
  • Misselijkheid, braken, minder eetlust
  • Diarree
  • Haaruitval
  • Verminderde aanmaak van de bloedcellen

Avastin (bevacizumab)
Een bijwerking die regelmatig voorkomt, is een verhoogde bloeddruk, die meestal eenvoudig is te behandelen. Er zijn nog andere bijwerkingen mogelijk, maar die komen weinig voor.

Erbitux® (cetuximab), Vectibix® (panitumumab)
De belangrijkste bijwerkingen zijn (acné-achtige) huiduitslag, droge huid, jeuk, en een verlaagd magnesiumgehalte in het bloed. De huiduitslag kan tijdens de behandeling verminderen. Minder vaak voorkomende bijwerkingen zijn moeheid en diarree.

Overige in Nederland toegelaten medicijnen
Stivarga® (regorafenib)
Stivarga® is goedgekeurd door de Europese Commissie voor het gebruik bij volwassen patiënten met uitgezaaide darmkanker waarbij eerdere behandelingen zijn uitgewerkt. Het middel remt signalen die de groei van kankercellen kunnen bevorderen. De meerwaarde van het middel is echter beperkt, waardoor het in Nederland nog niet tot een standaardbehandeling wordt gerekend.
Zaltrap® (aflibercept)
Zaltrap® in combinatie met chemotherapie (5-FU + irinotecan) is goedgekeurd door de Europese Commissie voor het gebruik bij volwassen patiënten met uitgezaaide darmkanker nadat eerdere chemotherapie op basis van oxaliplatin niet (meer) werkt. Zaltrap® remt de vorming van nieuwe bloedvaten in tumoren. De meerwaarde van het middel is echter beperkt, waardoor het in Nederland nog niet tot een standaardbehandeling wordt gerekend.

‘Meedoen aan wetenschappelijk onderzoek’

Interview met prof. dr. Kees Punt, medisch oncoloog AMC Amsterdam

Did you find apk for android? You can find new Free Android Games and apps.