skip to Main Content
Postbus 8152, 3503 RD Utrecht Lotgenotencontact

Marianne: Misschien zijn we na dit alles wel gelukkiger

Ik was 53 toen bij mij darmkanker werd geconstateerd. Na een moeilijke periode (totaal 6 weken ziekenhuisopname) met veel complicaties gaat het nu heel goed met me. Gelukkig had ik geen uitzaaiingen. Onze huisarts en de MDL-specialist kregen van mijn behandelend arts complimenten dat ze zo snel en adequaat hebben gehandeld. Daardoor kon er snel ingegrepen worden. Bij darmkanker is het o zo belangrijk om er zo snel mogelijk bij te zijn.

In 2012 liep geluk, liefde, kracht en positiviteit als een rode draad door ons leven, maar ook veel verdriet en onzekerheid. Een week nadat we te horen kregen dat onze kleindochter op zou groeien met een blijvend zware handicap, kreeg ons gezin opnieuw tegenslag te verwerken. Maar nu ging het over mezelf. De aanleiding (af en toe wat slijm met bloedspoortjes in de ontlasting) leek een kleine, maar de gevolgen waren groot. De huisarts stuurde me door naar het ziekenhuis en ik belandde in allerlei medische onderzoeken. Na een coloscopie werd in het ZGT in Almelo door de MDL-arts nog diezelfde dag de conclusie getrokken dat ik darmkanker heb. “Dit hoeft niet de ‘haard’ te zijn, het kan ook een uitzaaiing zijn”, zei hij er nog bij!

DARMKANKER…

Je gelooft eerst niet dat het over jou gaat. Je beseft niet wat je overkomt. Het is zo onwerkelijk. ’s Nachts word je wakker en denk je dat je gedroomd hebt. Maar dat is niet zo. Ongeloof, verdriet. Ik, die voor mijn gevoel de hele wereld aankan, nergens last van heb, niets is me teveel en nu dit …… Je komt terecht in een emotionele sneltrein lijkt het wel. En dan de medische mallemolen waar je in meegenomen wordt.

Elke dag naar het ziekenhuis. Het beheerst je hele leven. Het overkomt je en vanaf dat moment word je geleefd. Ineens ben je kankerpatiënt en word je door velen uit je omgeving ‘anders’ bekeken. Daarna komt er een soort ‘oerkracht’ in je. Kom maar op met die kanker, ik wil dit overwinnen. Hoe eerder hoe liever, vast van plan de ziekte te verslaan. Daarvoor wilde ik alle middelen gebruiken die me werden aangeboden. Uiteindelijk wijzen alle onderzoeken uit dat ik geen uitzaaiingen heb. Je wilt niet weten hoe blij je dan bent. Telkens ga je je grenzen verleggen. Wel moet er volgens de anesthesist rekening worden gehouden met mijn vaatafwijking (Klippel Trenaunay). Hier ben ik mee geboren en tot nu toe heeft dit geen aanleiding gegeven tot zorgen. Maar ineens wordt ook dit anders bekeken. Na overleg tussen de artsen in Almelo en Amsterdam wordt het behandelplan vastgelegd: Vijf intensieve bestralingen in het MST van Enschede, waarna ik binnen 10 dagen wordt geopereerd. Ik heb er alle vertrouwen in.

Zo’n twee maanden na de constatering is het eindelijk zover. ’s Morgens vroeg wordt er een groot stuk van mijn dikke darm verwijderd en ook in het bovenste deel wordt wat van de darm weggehaald omdat geconstateerd is dat hier een slechte doorbloeding is. Er wordt een stoma geplaatst op de dunne darm, omdat de tumor te dicht bij de endeldarm zit. Aan het eind van de middag ben ik terug op zaal en komt mijn man op bezoek. Ik ben blij dat het achter de rug is en samen met de morfinepomp is de pijn goed te onderdrukken. Het gaat dus naar omstandigheden goed. Je wordt voorbereid op het hebben van een stoma, maar als die er opeens zit, moet je toch wel even slikken. Iedereen is blij voor me dat het een ‘tijdelijke’ stoma is. Op dat moment maakt het mij niet zoveel uit. Moet nu nog niet aan een hersteloperatie denken!! De eerste dagen gaat het best goed. Ik ga zelf naar het toilet, verzorg mijn stoma en accepteer dat ik die heb. Het is niet anders. Maar dan begint het. Ik voel me ziek, slap en misselijk. Het eten kan ik niet binnenhouden. Continue moet ik overgeven. Ik probeer me er tegenop te zetten en te eten, maar het lukt me niet. Wat erin komt, komt er net zo snel weer uit. Ik word slap en mijn gewicht wordt met de dag minder. Alles wordt geprobeerd, maar niets helpt. Wat een opname van 8 à 9 dagen zou zijn, worden nu weken. Uiteindelijk krijg ik via een speciaal infuus (TPN) voeding direct via de bloedbaan toegediend. Dit slangetje wordt ingebracht op de OK. Het slangetje wordt in de bovenste holle ader geschoven. Dit heet een centrale lijn. Daardoor voel ik me wat beter, maar de misselijkheid blijft. Dan blijkt er een verstopping te zitten bij mijn dunne darm. Dit geeft veel problemen bij mijn stoma. Besloten wordt de stoma zo snel mogelijk weer op te heffen. “Pas dan kan ze genezen”, zegt mijn arts. En hij heeft gelijk gehad. Vanaf dat moment ging het alleen maar beter met me.

Ik ben door diepe dalen gegaan, woog uiteindelijk nog 52 kg, maar ik heb het gered. Alleen was me dat niet gelukt, maar wel, samen met mijn arts, de verpleegkundigen, de stomaverpleegkundige, mijn man, kinderen en héél veel lieve mensen. Het heeft me geleerd wat ‘leven’ is en hoe belangrijk het is er niet alleen voor te staan. Onvoorwaardelijk heeft mijn man mij daarin gesteund. Misschien zijn we na alles wat we samen hebben meegemaakt wel gelukkiger dan vroeger. We leven in het nu. We genieten bewuster van het leven. Als je zo ziek bent geweest, ben je je er bewuster van dat het zomaar afgelopen kan zijn en dat vooral het NU telt. De controles blijven, dit blijft spannend, maar is ook goed. En wat ben ik mijn huisarts, MDL-arts en de arts die mij geopereerd heeft en waar ik nu nog onder behandeling ben, ontzettend dankbaar dat er zo snel en met zorg is gehandeld. Het had ook zo heel anders kunnen zijn, dat ben ik me terdege bewust. Ik geniet er elke dag van dat ik er nog ben en dat het zo goed met me gaat.

Marianne Spenkelink
Verschenen in Doorgang 48 blz. 24
Download

Back To Top
X