Behandeling

Na de diagnose slokdarmkanker maakt je arts samen met andere specialisten een behandelplan. Dat hangt af van het stadium van de ziekte, de kenmerken van de tumor en je conditie. Hier lees je welke behandelingen mogelijk zijn en wat je kunt verwachten. 

Hoe wordt het behandelplan bij slokdarmkanker bepaald? 

Artsen werken in Nederland volgens landelijke richtlijnen. Bij het bepalen van jouw behandelplan wordt onder andere gekeken naar: 

  • het stadium van de kanker (bijvoorbeeld of er uitzaaiingen zijn) 
  • de plaats, grootte en vorm van de tumor 
  • je lichamelijke conditie 

Na het overleg bespreekt je arts de mogelijkheden met je. Samen beslissen jullie welke behandeling het beste past bij jouw situatie. Dit heet samen beslissen 

Welke behandelingen zijn mogelijk bij slokdarmkanker? 

Afhankelijk van jouw situatie kun je één of meerdere behandelingen krijgen: 

  • operatie 
  • chemoradiatie (chemotherapie + bestraling) 
  • chemotherapie (bijvoorbeeld FLOT) 
  • bestraling 
  • plaatsing van een stent bij slikproblemen 
  • palliatieve behandeling (als genezing niet mogelijk is) 

Vaak gaat het om een combinatie van behandelingen. Of genezing mogelijk is, hangt vooral af van het stadium van de ziekte. Als de kanker niet is uitgezaaid en volledig kan worden verwijderd, is behandeling met genezing als doel mogelijk. Wanneer genezing niet mogelijk is, richt de behandeling zich op het remmen van de ziekte en het verminderen van klachten. 

Chemoradiatie vóór de operatie 

In deze video zie je hoe een behandeling met bestraling en chemotherapie verloopt en wat je kunt verwachten.

Chemoradiatie is een combinatie van bestraling en chemotherapie die je in dezelfde periode krijgt. Deze behandeling kan worden ingezet als voorbereiding op een operatie, of als een operatie niet mogelijk is.

De behandeling duurt meestal vijf weken en soms zes weken. De vijfwekelijkse behandeling wordt gegeven als voorbereiding op een operatie. Het zeswekenschema kan worden gegeven worden als een operatie niet mogelijk is, of om de kans te vergroten dat een operatie niet nodig zal zijn.  

Ook wanneer de tumor door de slokdarmwand heen is gegroeid, kan chemoradiatie worden ingezet. Als de tumor goed reageert en kleiner wordt, kan een operatie later soms alsnog mogelijk zijn. 

Voor de start van chemoradiatie wordt een scan gemaakt. Hiermee wordt gekeken: waar de tumor precies zit; of omliggende lymfeklieren moeten worden meebestraald; of de tumor door de slokdarmwand heen groeit. Op basis van deze scan krijg je een persoonlijk behandeladvies. 

Na afloop van de behandeling wordt opnieuw een scan gemaakt. Zo kan worden beoordeeld hoe de tumor heeft gereageerd. Soms is de tumor kleiner geworden, soms zelfs (bijna) niet meer zichtbaar. 

De behandeling met chemoradiatie duurt dus vijf of zes weken. In deze periode krijg je één keer per week chemotherapie en meerdere keren per week bestralingen. De chemotherapie krijg je via een infuus op de dagbehandeling. Na de chemotherapie mag je weer naar huis. 

De bestraling wordt in kleine hoeveelheden gegeven. 23 keer op werkdagen bij een schema van vijf weken en 28 keer op werkdagen bij een schema van zes weken. Vooraf wordt een scan gemaakt om precies te bepalen waar de bestraling moet komen. Kleine tatoeagepuntjes zorgen dat de bestraling steeds op exact dezelfde plek wordt gegeven. Als de tumor hoog in de slokdarm zit, kan een bestralingsmasker nodig zijn. Hierover krijg je aparte uitleg als dat voor jou geldt. 

Tijdens de bestraling lig je op een behandeltafel. De radiotherapeutisch laborant bedient het apparaat en houdt via een camera in de gaten. Je bent dus nooit alleen en kunt altijd iets aangeven als dat nodig is. 

Tijdens chemoradiatie kom je bijna dagelijks in het ziekenhuis. Het is een intensieve behandeling die veel energie kan vragen. Elke week wordt: je bloed gecontroleerd; je gewicht gemeten; besproken hoe het met je gaat. Zo houdt je behandelteam goed in de gaten hoe je lichaam reageert. Soms wordt het schema aangepast, bijvoorbeeld door een chemokuur over te slaan. Dit gebeurt altijd in overleg. 

Niet iedereen krijgt dezelfde klachten. Veelvoorkomende bijwerkingen zijn: 

  • pijn bij het slikken 
  • toename van passageklachten (eten en drinken zakt minder goed) 
  • vermoeidheid 
  • smaakverandering 
  • gevoeliger zijn voor infecties 
  • rode, droge of gevoelige huid (bij langere bestralingsschema’s) 

Bel altijd direct  je behandelteam bij: 

  • koorts boven 38,5 graden; 
  • plotselinge of ernstige klachten. 

Soms is aanvullende voeding nodig. In sommige situaties kan tijdelijke sondevoeding worden ingezet om je gewicht en conditie op peil te houden. Omdat de behandeling meerdere weken duurt, kan vermoeidheid toenemen. Probeer, binnen je mogelijkheden, dagelijks licht in beweging te blijven. Dit helpt je herstel. 

Wat is FLOT-chemotherapie bij slokdarmkanker? 

In deze video krijg je uitleg over FLOT-chemotherapie, hoe een kuur verloopt en welke bijwerkingen kunnen optreden. 

FLOT is een combinatie van vier medicijnen tegen kanker. Deze medicijnen werken samen om kankercellen te beschadigen, zodat ze zich niet verder kunnen delen en uiteindelijk afsterven. Vaak wordt eerst met FLOT-chemotherapie gestart om de tumor te verkleinen, zodat de operatie met een beter resultaat kan worden uitgevoerd. 

Een behandeling met FLOT-chemotherapie bestaat meestal uit vier kuren vóór de operatie en vier kuren ná de operatie. Een kuur duurt veertien dagen. Je krijg de medicatie op dag 1 en 2 en daarna volgt een herstelperiode.  

De behandeling start meestal op de dagbehandeling in het ziekenhuis. Je krijgt de medicijnen via een infuus. Voor deze behandeling krijgt u meestal een infuus dat de hele behandeling kan blijven zitten. Daarna ga je met het infuus naar huis.  

Op dag 2 loopt de kuur thuis door. Een verpleegkundige komt bij je thuis om het infuus af te koppelen. Soms is het medisch beter om één nacht in het ziekenhuis te blijven. Je behandelteam bespreekt wat in jouw situatie verstandig is. 

Voor elke nieuwe kuur wordt je bloed gecontroleerd en bespreek je met je arts hoe het gaat. Zo wordt bepaald of de kuur door kan gaan of moet worden aangepast.  Om het effect van de chemotherapie te beoordelen, wordt meestal een CT-scan gemaakt. 

Chemotherapie kan bijwerkingen geven. Niet iedereen krijgt dezelfde klachten en sommige mensen hebben weinig last. Veelvoorkomende bijwerkingen van FLOT-chemotherapie zijn: 

  • Vermoeidheid 
  • Misselijkheid 
  • Smaakverandering 
  • Haaruitval 
  • Diarree 
  • Tintelingen, gevoeligheid of pijn in de vingers en voeten 
  • Koorts 
  • Een gespannen gevoel in keel of kaak 

Neem direct contact op met je behandelteam bij: 

  • koorts boven 38,5 graden 
  • aanhoudend braken of overgeven  
  • ernstige diarree  

Veel bijwerkingen zijn goed te behandelen. Blijf daarom niet rondlopen met klachten, maar bespreek ze altijd. 

Na de eerste FLOT-kuren volgen meestal enkele weken tot aan de operatie. Deze periode is belangrijk voor je herstel. Je lichaam krijgt de tijd om bij te komen van de chemotherapie. In deze periode werk je aan je conditie. Dit helpt om zo fit mogelijk de operatie in te gaan. Je krijgt hierbij begeleiding van een diëtist en fysiotherapeut. 

Wanneer is een operatie bij slokdarmkanker mogelijk? 

Soms kan de tumor bij slokdarmkanker worden verwijderd met een operatie. Het doel is dan om alle kankercellen weg te halen. Omdat kankercellen kunnen ingroeien in omliggend weefsel, snijdt de chirurg ruim rondom de tumor. Meestal worden ook lymfeklieren in de buurt verwijderd. 

Een operatie is vaak mogelijk als: 

  • de tumor niet is ingegroeid in belangrijke organen eromheen (zoals de aorta of luchtpijp); 
  • er geen uitzaaiingen op afstand zijn (of alleen lymfeklieren dicht bij de tumor betrokken zijn); 
  • je conditie goed genoeg is voor zo’n grote ingreep. 

Je behandelteam bespreekt altijd persoonlijk of een operatie in jouw situatie verstandig en haalbaar is. 

Operatie bij slokdarmkanker: hoe gaat dat? 

In deze video leggen we stap voor stap uit wat er gebeurt bij een slokdarmoperatie, wat een buismaag is en welke gevolgen en complicaties kunnen optreden: 

Bij de operatie verwijdert de chirurg: 

  • de tumor; 
  • een ruim stuk slokdarm eromheen; 
  • en meestal ook lymfeklieren in de buurt van de tumor. 

De operatie kan via de borst, buik of hals plaatsvinden. Dat hangt af van de plek van de tumor. Het is een grote ingreep die vaak meerdere uren duurt. 

Na de operatie onderzoekt de patholoog het verwijderde weefsel onder de microscoop. Dit onderzoek is belangrijk om te beoordelen: 

  • of alle kanker is verwijderd 
  • of de snijranden schoon zijn (dus zonder kankercellen) 
  • of er kankercellen in de lymfeklieren zitten 
  • hoe de tumor heeft gereageerd op eventuele chemotherapie of chemoradiatie vooraf 

Deze uitslag bepaalt of aanvullende behandeling nodig is. 

Wat is een buismaag? 

Als een groot deel van de slokdarm is verwijderd, maakt de chirurg meestal een buismaag. Dit is een smalle “buis” die de mond/keel weer verbindt met de rest van het spijsverteringskanaal. De buismaag wordt meestal gemaakt van de maag (of een deel daarvan). Soms kan de maag niet gebruikt worden, bijvoorbeeld door een eerdere operatie. Dan kan er (veel minder vaak) een stuk dunne of dikke darm worden gebruikt. 

Mogelijke complicaties na een slokdarmoperatie 

Een slokdarmoperatie is ingrijpend. Complicaties kunnen ontstaan tijdens of na de operatie. Je behandelteam bespreekt dit altijd persoonlijk met je. Hieronder staan de belangrijkste:

De plek waar de slokdarm en buismaag weer aan elkaar vastzitten, is in het begin kwetsbaar. Soms geneest dit minder goed, waardoor er een lek kan ontstaan. Daarbij kan vocht uit de buismaag in de borstkas komen. Dan is soms extra behandeling nodig. 

Een operatie in borstkas en bovenbuik vergroot het risico op een longontsteking. Daarom is het na de operatie extra belangrijk om: diep adem te halen, goed op te hoesten als dat nodig is en zo snel mogelijk uit bed te komen en te lopen. Je krijgt hierover uitleg vóór de operatie en ondersteuning erna. 

Door de operatie kan een zenuw bij de stembanden minder goed werken. Je kunt dan langere tijd hees zijn. Dit kan samengaan met verslikken en veel hoesten. Herstel kan maanden duren en is vaak vermoeiend (zeker omdat fluisteren en hoesten extra energie kost). 

Omdat het hart dicht bij de slokdarm ligt, kan je hartritme tijdelijk uit balans raken. Dit heet een ritmestoornis. Meestal is dit tijdelijk en niet gevaarlijk. 

Rond de slokdarm liggen veel lymfevaten. Na de operatie kan er lymfevocht lekken. Dit wordt vaak behandeld met een drain en soms met aanpassingen in de voeding. 

Op de plek waar de slokdarm en de buismaag aan elkaar zijn gegroeid, kan littekenweefsel ontstaan en dit kan een vernauwing geven. Je merkt dan dat eten (en soms drinken) minder goed zakt. Die klachten kunnen lijken op wat je vóór de diagnose had, wat begrijpelijkerwijs angstig kan voelen. Vaak is behandeling mogelijk met kijkonderzoek en oprekkingen.  Zie ook de vraag ‘Wat kan ik doen bij een vernauwing van een buismaag?’ bij veelgestelde vragen.

Een buismaag werkt anders dan een normale maag. Soms loopt eten minder goed door en blijft het te lang “staan”. Dat kan klachten geven zoals: misselijkheid, een vol gevoel en oprispingen. Aanpassingen in voeding, houding, leefregels en soms medicatie kunnen helpen. Lees meer hierover in de brochure ‘Leven met een buismaag’.

Na een slokdarmoperatie 

Omdat je maag tijdens de operatie een andere vorm krijgt, kun je na de operatie per keer vaak kleinere hoeveelheden eten. Je verdeelt je voeding daarom over meerdere kleine porties per dag. Een diëtist geeft je persoonlijke adviezen. 

Tips om klachten zoals reflux/oprispingen te verminderen: 

  • slaap niet plat (bijvoorbeeld met een verhoogd hoofdeinde) 
  • eet ’s avonds niet vlak voor het slapen 

Meer tips en informatie over eten na een slokdarmoperatie vind je op de pagina ‘Eten en drinken’.

Leren leven met een buismaag kan maanden duren en vraagt aanpassingen in je dagelijks leven. Dat is niet altijd makkelijk. Blijf je klachten houden? Bespreek dit met je behandelteam. Soms is behandeling mogelijk (maar niet alles is altijd volledig op te lossen). 

Je staat er niet alleen voor

Praat met een buddy of kom in contact met lotgenoten.