Onderzoek en diagnose

Heb je klachten die kunnen passen bij slokdarmkanker, zoals moeite met slikken, het gevoel dat eten blijft steken of onverklaarbaar gewichtsverlies? Deze klachten ontstaan vaak doordat de slokdarm vernauwt. Dan is het belangrijk om naar je huisarts te gaan. Wacht niet te lang bij aanhoudende of verergerende klachten. 

Op deze pagina lees je stap voor stap hoe het onderzoek naar slokdarmkanker verloopt, welke onderzoeken je kunt krijgen en wat er gebeurt nadat de diagnose is gesteld. 

Wanneer ga je met klachten naar de huisarts? 

Neem contact op met je huisarts als: 

  • slikken moeilijker gaat of pijnlijk is 
  • eten blijft steken achter het borstbeen 
  • klachten erger worden 
  • je onbedoeld afvalt 
  • je zwarte ontlasting hebt of bloed braakt 

De huisarts bespreekt je klachten, doet soms lichamelijk onderzoek en beoordeelt of verder onderzoek nodig is. Als er een vermoeden is van slokdarmkanker, verwijst de huisarts je door naar het ziekenhuis. 

Naar welke specialist word je verwezen? 

In het ziekenhuis kom je meestal terecht bij: 

  • een maag-darm-leverarts (MDL-arts), of 
  • een internist. 

Deze artsen zijn gespecialiseerd in aandoeningen van het spijsverteringsstelsel en begeleiden het verdere onderzoek. 

Welke onderzoeken krijg je bij verdenking op slokdarmkanker?

De arts brengt via de mond een dunne, flexibele slang met een kleine camera in. Tijdens dit onderzoek kan de arts zien of er een vernauwing of tumor in de slokdarm aanwezig is. Als er afwijkingen te zien zijn, worden kleine stukjes weefsel weggenomen (biopten). Een patholoog onderzoekt dit weefsel in het laboratorium. Alleen met dit weefselonderzoek kan met zekerheid worden vastgesteld of er sprake is van slokdarmkanker. 

Bloedonderzoek kan aanvullende informatie geven over je algemene gezondheid, maar kan slokdarmkanker niet zelfstandig aantonen. 

Wat gebeurt er na de diagnose slokdarmkanker? 

Als uit het onderzoek blijkt dat je slokdarmkanker hebt, volgen meestal aanvullende onderzoeken. Deze zijn nodig om te bepalen: 

  • hoe groot de tumor is 
  • hoe diep de tumor in de slokdarmwand is gegroeid 
  • of er uitzaaiingen zijn naar lymfeklieren of andere organen 

Het stadium van de slokdarmkanker bepaalt of een operatie mogelijk is en of aanvullende behandeling nodig is. 

Welke vervolgonderzoeken kun je krijgen? 

Niet iedereen krijgt dezelfde onderzoeken. De arts bespreekt altijd wat in jouw situatie nodig is. 

Mogelijke onderzoeken zijn:

Dit is een combinatie van een kijkonderzoek en een echo. Hiermee kan de arts beoordelen hoe diep de tumor in de slokdarmwand is gegroeid en of er lymfeklieren in de buurt zijn aangedaan. Soms wordt tijdens dit onderzoek een punctie gedaan. 

Een CT-scan maakt 3D-beelden van de binnenkant van je lichaam. Meestal wordt een CT-scan van de borstkas en buik gemaakt. Zo kan de arts zien hoe groot de tumor is en of er uitzaaiingen zijn.

De arts kan ook een PET-CT scan van je hele lichaam maken. Een PET-CT-scan brengt zowel de structuur als de activiteit van weefsels in beeld. Hiermee kan worden onderzocht of er uitzaaiingen zijn in andere delen van het lichaam. 

Met een echo kan de arts lymfeklieren in de hals beoordelen. Zo nodig wordt een punctie gedaan om te onderzoeken of er uitzaaiingen zijn. 

Als er aanwijzingen zijn dat de tumor in de luchtpijp groeit, kan een kijkonderzoek van de luchtpijp worden gedaan. 

Soms is een kijkoperatie in de buik nodig om kleine uitzaaiingen op te sporen die niet zichtbaar zijn op scans. 

Hoe wordt de uitslag besproken? 

De resultaten van alle onderzoeken worden besproken in een multidisciplinair overleg. Hierbij zijn meerdere specialisten betrokken. Daarna bespreekt de arts met jou: 

  • De diagnose 
  • Het stadium van de slokdarmkanker 
  • Of er uitzaaiingen zijn 
  • Welke behandelingen mogelijk zijn 

Je staat er niet alleen voor

Praat met een buddy of kom in contact met lotgenoten.