Omgaan met klachten

Na een operatie aan de maag of slokdarm kunnen verschillende klachten ontstaan. Welke klachten je krijgt en hoe ernstig ze zijn, verschilt per persoon. Klachten hebben vrijwel altijd invloed op het dagelijks leven, maar de mate waarin verschilt. 

Veel klachten hebben te maken met veranderingen in het spijsverteringsstelsel. Het lichaam moet wennen aan een nieuwe situatie, bijvoorbeeld na een buismaag of een maagresectie. Daardoor kunnen klachten ontstaan zoals eten dat minder goed zakt (passageklachten), reflux, diarree of snel een ‘vol’- gevoel. 

Op deze pagina lees je meer over veelvoorkomende klachten bij maagkanker of slokdarmkanker. Heb je klachten? Bespreek die altijd met je arts, verpleegkundig specialist of diëtist. 

Welke klachten kun je krijgen bij de behandeling van maagkanker of slokdarmkanker? 

Na een behandeling of operatie voor maagkanker of slokdarmkanker kunnen verschillende klachten ontstaan.  Welke klachten optreden, verschilt per persoon. Ook kunnen klachten in de loop van de tijd veranderen. Wat eerst vooral speelt rond eten en drinken, kan later bijvoorbeeld meer te maken hebben met energie, ontlasting of voedingstoestand. Veelvoorkomende klachten zijn bijvoorbeeld:

Soms zakt eten minder goed door de slokdarm. Dit heet passageklachten. Je kunt merken dat eten blijft hangen of dat slikken meer moeite kost. Dit kan verschillende oorzaken hebben, bijvoorbeeld: 

  • een tumor die de slokdarm nauwer maakt 
  • littekenweefsel na een operatie (naadstenose) 
  • een vernauwing bij de nieuwe verbinding tussen slokdarm en maag 

Soms kan de arts de slokdarm oprekken (dilatatie) tijdens een kijkonderzoek. Hierdoor wordt de doorgang voor voedsel weer wijder. 

Wat kan helpen bij passageklachten: 

  • eet rustig en kauw goed 
  • neem kleine hapjes en eet kleine hoeveelheden 
  • kies tijdelijk voor zachte of fijngemaakte voeding 

Bespreek aanhoudende klachten met je arts of diëtist. Bij slikproblemen kan een logopedist helpen. Bekijk ook voedingstips bij slikklachten en passageklachten van het Wereld Kanker Onderzoek Fonds. 

Na een operatie aan de slokdarm of maag kan de maaginhoud makkelijker terugstromen in de slokdarm. Dit heet reflux en komt doordat het sluitspiertje tussen maag en slokdarm verwijderd is of omdat de maag kleiner is. Klachten als brandend maagzuur, oprispingen, pijn achter het borstbeen, een geïrriteerde keel of hoesten kunnen hierbij voorkomen. Wat kan helpen: 

  • eet kleinere porties en kleinere hapjes 
  • blijf na het eten even rechtop zitten  
  • eet niet vlak voor het slapen  

Soms kan een arts maagzuurremmers voorschrijven als je veel last hebt. Lees hier meer tips bij maagzuur op de website van het Wereld Kanker Onderzoeksfonds.  

Misselijkheid kan ontstaan door de behandeling, reflux of doordat voedsel sneller door het spijsverteringsstelsel gaat. Wat soms helpt: 

  • eet kleine porties verspreid over de dag  
  • kies voor neutrale voeding 
  • drink regelmatig kleine slokjes 

Blijft de misselijkheid aanhouden of moet je regelmatig braken?  Lees hier nog meer tips bij misselijkheid op de website van het Wereld Kanker Onderzoeksfonds.  

Na een operatie aan de maag of slokdarm kun je last krijgen van diarree. Dit kan komen doordat voedsel sneller in de dunne darm terechtkomt (dumping) of doordat vertering en opname anders verlopen. Diarree kan leiden tot vermoeidheid, gewichtsverlies en uitdroging. Neem contact op met je arts of diëtist bij: 

  • aanhoudende diarree 
  • tekenen van uitdroging (donkere urine, duizeligheid) 
  • vettige of plakkerige ontlasting  

Voldoende drinken is belangrijk. Bekijk ook voedingsstips bij diarree op de website van het Wereld Kanker Onderzoeksfonds.  

Na een maagoperatie kan voedsel sneller dan normaal in de dunne darm terechtkomen. Dit wordt dumping genoemd. Er zijn twee soorten dumpingklachten: 

  • Vroege dumpingklachten ontstaan vaak kort na het eten. Het voedsel komt dan te snel en soms in grotere hoeveelheden in de dunne darm terecht. Hierdoor wordt extra vocht naar de darmen getrokken. Je kunt last krijgen van buikpijn of darmkrampen, diarree, hartkloppingen, zweten en duizeligheid. 
  • Late dumpingklachten ontstaan vaak 1½ tot 2 uur na de maaltijd, ook doordat de voedselbrij te snel in de dunne darm terecht komt. Hierbij stijgt de bloedsuiker eerst snel en daalt daarna weer. Je kunt dan last krijgen van: trillen, zweten, duizeligheid, een plotseling sterkte honger en soms flauwvallen. 

Wat kan helpen: 

  • eet kleinere porties  
  • verdeel de maaltijden over de dag 
  • drink bij voorkeur tussen de maaltijden door 

Bespreek klachten met je arts of diëtist. Kijk voor meer tips op Voedingstips bij dumpingklachten – Wereld Kanker Onderzoek Fonds. 

Sommige mensen hebben last van taai slijm in de keel of de slokdarm. Dit kan moeilijk weg te slikken zijn. Voeding is meestal niet de oorzaak. Soms kan het helpen om regelmatig te drinken of het slijm voorzichtig weg te halen met een tissue. Bekijk ook tips bij Wat kan ik doen als ik last heb van slijmvorming in de mond of keel? – Wereld Kanker Onderzoek Fonds 

Als (een deel van) de maag is verwijderd, kan er minder voedsel opgeslagen worden. Daardoor kun je sneller een vol gevoel hebben. Wat kan helpen: 

  • eet meerdere kleinere maaltijden per dag 
  • verdeel je voeding over de dag 
  • kies voor energierijke tussendoortjes 

Een diëtist kan helpen om een voedingspatroon te vinden dat bij je past. 

Onbedoeld afvallen komt vaak voor bij maag- en slokdarmkanker. Dit kan al gebeuren vóór de diagnose, maar ook tijdens of na de behandeling. 

Gewichtsverlies kan ontstaan door: 

  • Minder eetlust 
  • Sneller en vol gevoel 
  • Problemen met slikken 
  • Diarree 
  • Verminderde opname van voedingsstoffen 

Blijf je afvallen? Bespreek dit altijd met je arts of diëtist. Bekijk tips om afvallen zoveel mogelijk te beperken op de website van het Wereld Kanker Onderzoeksfonds. 

Sommige soorten chemotherapie kunnen zenuwschade (neuropathie) veroorzaken. Je kunt dan last hebben van:  

  • Tintelingen in handen of voeten 
  • Een doof gevoel 
  • Minder gevoel in vingers of tenen 
  • Problemen met balans 

De klachten verdwijnen vaak langzaam na de behandeling, maar kunnen soms langer blijven bestaan. Lees meer over neuropathie op kanker.nl.   

Veel mensen hebben last van vermoeidheid tijdens en na de behandeling. Kanker en de behandeling vragen veel van het lichaam. Ook factoren zoals slecht slapen, weinig bewegen of pijn kunnen bijdragen aan vermoeidheid. Herstel kost tijd. Het kan helpen om activiteiten rustig op te bouwen en voldoende rustmomenten te nemen. Lees meer over vermoeidheid bij kanker en tips om ermee om te gaan op kanker.nl.  

Sommige mensen houden tijdens of na de behandeling last van pijn. Je kunt bijvoorbeeld pijn hebben in het operatiegebied, pijn bij het eten of slikken, of pijn die samenhangt met klachten van het spijsverteringsstelsel. 

Blijf niet rondlopen met pijn. Bespreek dit altijd met je arts of verpleegkundig specialist. Soms zijn medicijnen nodig. Als de pijn aanhoudt of moeilijk te behandelen is, kan je arts je verwijzen naar een pijnpoli. 

Waarom ontstaan deze klachten? 

Na een operatie werkt je spijsvertering anders dan voorheen. Voedsel komt soms sneller of juist minder goed door het lichaam. Ook kan de opslag en vertering van voeding veranderen. Daardoor kun je merken dat eten anders aanvoelt of dat je lichaam anders reageert op maaltijden. 

Klachten hangen onder andere samen met: 

  • het soort operatie 
  • of (een deel van) de maag is verwijderd 
  •  of je een buismaag hebt 
  • hoe je herstel verloopt 
  • wat en hoeveel je eet en drinkt 

Daardoor is er niet één oplossing die voor iedereen werkt. Wat voor de één helpt, hoeft voor de ander niet goed te werken. 

Wat kun je doen als je klachten hebt? 

Het helpt om je klachten goed te leren herkennen. Zo kun je samen met je zorgverlener beter kijken wat er aan de hand is en wat mogelijk verlichting geeft. 

In de brochures Leven met een buismaag en Leven na een maagresectie staan praktische tips van lotgenoten, aangevuld met informatie uit de medische literatuur. Deze tips zijn niet altijd wetenschappelijk onderbouwd, maar kunnen wel herkenning en houvast geven in het dagelijks leven. 

Protocol voor klachten na een maag- of slokdarmoperatie

Bij klachten na een operatie voor maagkanker of slokdarmkanker is het soms zoeken naar wat precies helpt. In ziekenhuizen wordt daarom vaak gewerkt met protocollen: praktische richtlijnen die zorgverleners helpen om klachten stap voor stap te beoordelen en te behandelen. Dit zorgt voor meer houvast en een gerichtere aanpak.

Een voorbeeld hiervan is het protocol dat in het Amsterdam UMC is ontwikkeld voor functionele klachten. Verpleegkundig specialist Chantal ’t Hoen heeft samen met collega’s uit verschillende disciplines onderzocht hoe deze klachten het beste behandeld kunnen worden.

Dit heeft geleid tot een praktisch protocol en een handboek voor zorgprofessionals. Hoewel deze bedoeld zijn voor zorgverleners, kunnen ze ook jou helpen om klachten beter te begrijpen en bespreekbaar te maken met je arts, verpleegkundig specialist of diëtist.

In deze video wordt uitgelegd wat het protocol is en hoe het gebruikt wordt.

Het multidisciplinair overleg (MDO) bij aanhoudende klachten

Soms blijven klachten bestaan, ondanks behandeling en adviezen. Of het is niet duidelijk waar de klachten precies vandaan komen.

In dat geval kan je situatie besproken worden in een multidisciplinair overleg (MDO). Hierbij kijken verschillende zorgverleners samen naar jouw situatie, zoals:

  • chirurgen
  • verpleegkundig specialisten
  • MDL-artsen
  • diëtisten
  • KNO-artsen

Door deze samenwerking ontstaat vaak een completer beeld en kunnen gerichtere oplossingen worden gevonden.

In deze video vertellen zorgverleners van het Amsterdam UMC over hun ervaringen met dit MDO en wat het kan betekenen voor patiënten.

 

Wanneer neem je contact op met je arts of verpleegkundig specialist? 

Neem contact op met je arts, verpleegkundig specialist of diëtist als: 

  • klachten blijven aanhouden of erger worden 
  • eten of drinken steeds moeilijker gaat 
  • je veel afvalt 
  • je klachten je dagelijks leven beperken 
  • je twijfelt of iets normaal is 

Blijf niet te lang rondlopen met klachten. Door ze op tijd te bespreken, kun je samen kijken met je arts wat er mogelijk is. 

Je staat er niet alleen voor

Praat met een buddy of kom in contact met lotgenoten.