Eten en drinken

Eten en drinken kunnen veranderen als je maagkanker of slokdarmkanker hebt of hebt gehad. Misschien heb je minder trek, zit je sneller vol of val je af. Ook kun je klachten krijgen zoals misselijkheid, diarree, reflux, dumping of eten dat niet goed wil zakken.

Deze klachten kunnen komen door de ziekte zelf, maar ook door een behandeling. Denk aan chemotherapie, bestraling of een operatie aan de maag of slokdarm. Na een operatie werken je maag, slokdarm of darmen vaak anders dan voorheen.

Op deze pagina lees je wat vaak helpt bij eten, drinken, gewicht en belangrijke voedingsstoffen. Je vindt algemene uitleg en praktische tips. Wat voor jou werkt, kan per persoon verschillen en ook per periode veranderen. Heb je klachten of twijfel je wat voor jou verstandig is? Bespreek dit altijd met je arts of diëtist.  

Deze tekst is gebaseerd op informatie van kanker.nl (maagkanker) en (slokdarmkanker) en het MDL Fonds (maagkanker) en (slokdarmkanker) en is meegelezen door een diëtist en een ervaringsdeskundige.

Waarom is eten en drinken  belangrijk bij maagkanker of slokdarmkanker?

Voldoende eten en drinken helpt om je gewicht, conditie en spiermassa zo goed mogelijk te behouden. Dit is belangrijk voor je behandeling, je herstel en hoe je je voelt.

Merk je dat eten of drinken steeds moeilijker gaat, heb je klachten of maak jij of een naaste zich zorgen? Trek aan de bel bij je behandelteam of diëtist. 

Veelvoorkomende problemen met eten en drinken (met tips)

Door maagkanker of slokdarmkanker kun je verschillende problemen krijgen met eten en drinken. Sommige klachten ontstaan vóór de behandeling. Andere klachten ontstaan tijdens of na een behandeling, zoals chemotherapie, bestraling of een operatie. Veelvoorkomende klachten zijn:

Soms wil eten minder goed zakken. Dit heet ook wel passageklachten. Je kunt het gevoel hebben dat eten blijft hangen of dat slikken moeite kost. Dit kan bijvoorbeeld komen door een tumor, door littekenweefsel na een operatie of door veranderingen in de slokdarm of maag na de behandeling.

Wat kan helpen:

  • Eet rustig, neem kleine hapjes en kauw goed 
  • Eet meerdere kleine maaltijden per dag, bijvoorbeeld 6 tot 8 eetmomenten
  • Kies tijdelijk voor zachte, fijngemaakte of vloeibare voeding 
  • Zit rechtop tijdens het eten en blijf na het eten nog even rechtop zitten
  • Drink kleine slokjes tussendoor als dat helpt

Bespreek aanhoudende klachten met je arts of diëtist. Bij slikproblemen kan ook een logopedist helpen. Lees deze voedingstips bij slikklachten en passageklachten van het Wereld Kanker Onderzoek Fonds.

Sommige mensen hebben last van taai slijm in de keel of slokdarm. Dit slijm kan moeilijk weg te slikken zijn. Daardoor kan eten of drinken lastiger zijn. 

Wat soms helpt: 

  • Kauw goed. Dit stimuleert de aanmaak van speeksel.
  • Drink regelmatig koolzuurhoudend water of cola.
  • Spoel je mond met koolzuurhoudend water of een zoutoplossing. 

Melkproducten kunnen een plakkerig gevoel geven, maar zijn niet de oorzaak van slijmvorming. Spoel je mond na melkproducten eventueel met water, thee of koffie om het slijmerige gevoel te verminderen.

Wat helpt verschilt per persoon. Probeer uit wat voor jou werkt en bespreek klachten met je behandelteam. Bekijk ook voedingstips bij slijmvorming van het Wereld Kanker Onderzoek Fonds. 

Diarree kan verschillende oorzaken hebben. Het kan bijvoorbeeld komen door bacteriële overgroei, als bijwerking van de chemotherapie of door een tekort aan alvleesklierenzymen of galzouten.

Daarnaast kan na een operatie aan de maag of slokdarm het voedsel sneller in de dunne darm terechtkomen. Ook kunnen voeding en spijsverteringssappen minder goed met elkaar mengen. Hierdoor kan diarree ontstaan.

Diarree kan leiden tot vermoeidheid, gewichtsverlies en uitdroging. Neem contact op met je arts of diëtist bij: 

  • Diarree die aanhoudt of steeds terugkomt
  • Tekenen van uitdroging zoals donkere urine, duizeligheid of weinig plassen
  • Vettige of plakkerige ontlasting
  • Gewichtsverlies
  • Diarree in combinatie met koorts, veel buikpijn of braken

Voldoende drinken is belangrijk. Soms kan vezelrijke voeding helpen, maar wat goed werkt verschilt per persoon. Bekijk ook voedingsstips bij diarree.  

Reflux betekent dat de maaginhoud of voedsel terugstroomt naar de slokdarm of keel. Dit kan vaker voorkomen na een operatie waarbij de overgang tussen slokdarm en maag is veranderd of verwijderd. Je kunt dan last krijgen van brandend maagzuur, oprispingen, pijn achter het borstbeen, een geïrriteerde keel of hoesten. Wat kan helpen: 

  • Eet en drink niet teveel in korte tijd.
  • Eet 6 tot 8 kleine porties, verdeeld over de dag.
  • Blijf na het eten rechtop zitten of staan.
  • Buig niet voorover vlak na de maaltijd. 
  • Eet en drink liever niet vlak voor het slapengaan.
  • Verhoog het hoofdeinde van het bed.
  • Sommige mensen hebben baat bij slapen in een halfzittende houding.

Overleg met je arts als je veel refluxklachten hebt. Soms kunnnen maagzuurremmers helpen. Neem contact op met je behandelteam bij nieuwe of heftige refluxklachten, pijn achter het borstbeen of moeite met slikken. Lees hier meer tips bij maagzuur. Op de pagina veelgestelde vragen vind je bij de vraag ‘Welke hulpmiddelen kunnen helpen bij het slapen met refluxklachten?’ handige tips voor wigkussens, verhogingen en rugsteunen.

Misselijkheid kan verschillende oorzaken hebben. Het kan komen door de behandeling, door reflux, door te lang niet eten, door te veel of te snel eten, of doordat voedsel sneller door het spijsverteringsstelsel gaat. Ook te veel drinken bij het eten kan misselijkheid geven. Wat kan helpen: 

  • Eet 6 tot 8 kleine maaltijden, verdeeld over de dag.
  • Kauw goed.
  • Kies voor neutrale producten die niet sterk ruiken.
  • Kies voor een koud hoofdgerecht of tijdelijk een broodmaaltijd in plaats van een warme maaltijd.
  • Drink regelmatig kleine slokjes .

Bespreek met je arts of medicijnen tegen misselijkheid of braken kunnen helpen. Blijf je braken? Kun je weinig binnenhouden? Of zijn er tekenen van uitdroging? Neem dan altijd contact op met je arts. Lees hier nog meer tips bij misselijkheid.  

Na een operatie bij slokdarmkanker kan van een deel van de maag een buismaag worden gemaakt. Een buismaag werkt anders dan een gewone maag. Daardoor kunnen er extra aandachtspunten zijn rond eten en drinken. Mogelijke klachten bij een buismaag zijn: 

  • Dumpingklachten 
  • Reflux of brandend maagzuur
  • Snel vol zitten (vertraagde maaglediging) en minder eetlust 
  • Misselijkheid, braken of boeren 
  • Uitdroging 
  • Vitaminetekorten 

Op de pagina Leven met een buismaag na slokdarmkanker lees je hier meer over. 

Bij slokdarmkanker kan soms een stent worden geplaatst om de doorgang van de slokdarm open te houden. Met een stent kunnen specifieke klachten ontstaan, zoals verstopping van de stent of brandend maagzuur. Deze tips kunnen helpen om verstopping van de stent te voorkomen: 

  • Zit rechtop tijdens het eten.
  • Eet rustig en kauw goed. 
  • Verdeel je maaltijden over de dag.
  • Drink tijdens en na de maaltijd voldoende om de stent schoon te spoelen.
  • Wees voorzichtig met taai, draderig eten of vezelrijk eten:
    • verwijder schil en pitten bij fruit
    • verwijder botjes bij vlees en graat bij vis
    • vermijd vezelige groente, zoals asperges en bleekselderij
    • vermijd pitten en zaden
    • vermijd draderig vlees zoals sucade en biefstuk

Bij refluxklachten kan het helpen om niet meer vlak voor het slapengaan te eten en eventueel halfzittend te slapen.

Op deze pagina lees je meer over leven met een stent bij slokdarmkanker. 

Wat kun je eten na een operatie aan maag of slokdarm?

Na een operatie aan de maag of slokdarm moet je lichaam wennen aan een nieuwe manier van eten en drinken. Hoe dit gaat, verschilt per persoon. Ook kan het per ziekenhuis verschillen welke adviezen je krijgt. Hieronder staan algemene richtlijnen die vaak helpen. Je behandelteam of diëtist kijkt met jou wat passend is.

Algemene adviezen na een operatie

  • Eet regelmatig en verdeel je voeding over 6 tot 8 kleine porties per dag. 
  • Heb je weinig hongergevoel? Probeer dan elke 1½ tot 2 uur iets kleins te eten. 
  • Eet rustig en kauw goed.
  • Stop als je vol zit.
  • Drink voldoende (minimaal 1500 ml per dag).

Lees ook meer over eten en drinken na een totale maagresectie of leven met een buismaag na slokdarmkanker.

Dumpingklachten: vroege dumping en late dumping

Na een maagoperatie kan eten en drinken te snel in de dunne darm terechtkomen. Dit heet dumping of dumpingsyndroom. Dumping kan ontstaan als je maag kleiner is geworden of helemaal is verwijderd. Ook kan de operatie invloed hebben op zenuwen die de spijsvertering en maaglediging aansturen, zoals de nervus vagus.

Er zijn twee soorten dumpingklachten:

  • Vroege dumpingklachten
  • Late dumpingklachten

Sommige mensen hebben beide soorten klachten. Ze kunnen ook los van elkaar voorkomen.

Vroege dumping ontstaat meestal binnen een half uur na het eten of drinken. Het eten komt dan te snel, en soms in grotere hoeveelheden, in de dunne darm terecht. Vooral vloeibare voeding kan snel doorstromen. In de dunne darm trekt de voedselbrij veel vocht aan. Dat vocht komt uit de bloedvaten. Daardoor kan je bloeddruk dalen. Je hart moet dan harder werken om het bloed rond te pompen.

Je kunt bij vroege dumping last krijgen van:

  • Buikpijn
  • Darmkrampen
  • Diarree
  • Hartkloppingen
  • Zweten
  • Duizeligheid
  • Een slap of zwak gevoel
  • Sufheid

Wat kan helpen bij vroege dumping?

Deze tips kunnen helpen:

  • Eet rustig en kauw goed.
  • Eet kleine porties, verdeeld over de dag (bijvoorbeeld 6 tot 8 eetmomenten).
  • Drink weinig tijdens het eten.
  • Verdeel het drinken over de dag.
  • Probeer of drinken tussen de maaltijden beter gaat.
  • Eet soep liever ruim vóór de maaltijd.
  • Neem een dessert liever ruim ná de maaltijd.
  • Bij ernstige klachten kan het helpen om na het eten even te gaan liggen met je hoofd iets hoger.

Heb je vaak of veel klachten? Bespreek dit dan met je arts of diëtist.

Late dumping ontstaat meestal anderhalf tot twee uur na het eten doordat het bloedsuikergehalte en de insulineproductie niet goed op elkaar zijn afgestemd. Omdat voeding te snel in de dunne darm komt, worden sommige suikers snel opgenomen in het bloed. Daardoor stijgt het suikergehalte in je bloed. Je lichaam maakt dan insuline aan om het suikergehalte weer te laten dalen. De aanmaak van insuline loopt altijd iets achter in tijd. Daardoor kan het gebeuren dat er nog veel insuline in je bloed zit, terwijl je het suikerniveau in je bloed alweer is gedaald. Dan kan je suikergehalte in je bloed te laag worden. Je kunt dan klachten krijgen die lijken op een soort ‘hypo‘.

Je kunt bij late dumping last krijgen van:

  • zweten of ‘koud zweet’
  • trillen
  • duizeligheid
  • een onrustig gevoel
  • erge trek of geeuwhonger
  • hartkloppingen
  • wazig zien
  • flauwvallen

Wat kan helpen bij late dumping?

Deze tips kunnen helpen:

  • Eet rustig en kauw goed.
  • Eet regelmatig kleine porties, verdeeld over de dag.
  • Kies vaker voor vaste voeding in plaats van veel vloeibaar bij de maaltijd. 
  • Drink weinig of geen suikerrijke dranken, zoals frisdrank, limonade en vruchtensap.
  • Eet weinig suikerrijke producten, zoals cake, koek, gebak, jam, hagelslag en ander zoet beleg.
  • Kies vaker voor producten met langzame koolhydraten, zoals volkorenbrood of andere volkorenproducten zoals snoep, koek, gebak, wit brood of zoet beleg.

Bespreek met je arts of diëtist wat in jouw situatie verstandig is.

Gewichtsverlies en ondervoeding: waar moet je op letten?

Onbedoeld afvallen komt vaak voor bij maagkanker en slokdarmkanker. Dit kan al gebeuren voordat de ziekte wordt ontdekt, maar ook tijdens of na de behandeling. In de eerste weken na een operatie kan het gewicht snel dalen. Daarna stabiliseert het gewicht bij veel mensen geleidelijk. Blijf je afvallen? Bespreek dit dan met de arts of diëtist.

Afvallen kan verschillende oorzaken hebben, zoals: 

  • Diarree 
  • Minder eetlust
  • Smaakverandering
  • Moeite met eten of slikken
  • Misselijkheid
  • Sneller vol zitten
  • Geen of minder hongergevoel
  • Een veranderd spijsverteringskanaal (bijvoorbeeld een kleinere maag)
  • Minder goede vertering of opname van voedingsstoffen

Afvallen kan nadelig zijn voor je conditie, herstel en behandeling. Bespreek aanhoudend gewichtsverlies altijd met je arts of diëtist. Bekijk tips om afvallen zoveel mogelijk te beperken.

Wat is ondervoeding?

Bij ondervoeding krijgt het lichaam te weinig energie, eiwitten of andere voedingsstoffen (zoals vitamines en mineralen) binnen. Het lichaam gaat dan reserves gebruiken. Bij ziekte verliest iemand vaak niet alleen vet, maar ook spiermassa. Daardoor kunnen je kracht, conditie en weerstand achteruit gaan. Ondervoeding kan zorgen voor: 

  • Minder kracht
  • Vermoeidheid
  • Slechtere wondgenezing
  • Meer kans op infecties
  • Meer kans op complicaties
  • Langer herstel en/of verblijf in het ziekenhuis
  • Moeite om een behandeling goed te doorstaan

Wat helpt bij (dreigende) ondervoeding? 

Bij de behandeling van ondervoeding ligt de nadruk meestal op: 

  • voldoende energie inname
  • voldoende eiwit inname
  • beweging om spiermassa te behouden 

Samen met je arts of diëtist kan gekeken worden wat nodig is. Dat kan bijvoorbeeld zijn: 

  • energie- en eiwitverrijkte voeding 
  • voedingssuplementen 
  • (tijdelijk) aanvullende of volledige drink- of sondevoeding 

Hoe maak je voeding energie- en eiwitrijker? 

Het kan door ziek zijn of na een operatie een uitdaging zijn om voldoende energie en eiwit binnen te krijgen.

Zo maak je voeding energierijker:

  • Smeer boter of margarine op brood en broodvervangers.
  • Kies voor volvette kaas of niet te magere vleeswaren.
  • Gebruik volle melk en melkproducten (eventueel lactosevrijevrij).
  • Voeg geen water toe bij jus of saus.
  • Neem tussendoor vaker een kleine snack (hartig of zoet) die je goed verdraagt.

Zo maak je voeding eiwitrijker:

  • Gebruik eiwitrijke producten, op elk eetmoment.
  • Neem voor het slapen gaan ook een eiwitrijk tussendoortje.
  • Drinken gaat soms makkelijker dan eten; probeer bij elk eetmoment een melkproduct of een met eiwit verrijkt melkproduct te nemen.
  • Eiwitrijke producten zijn vlees, kip, vis, vegetarische vleesvervangers, kaas, eieren, zuivel, plantaardige zuivel op basis van soja, peulvruchten en noten. 

Probeer uit wat voor jou mogelijk is. Varieer met portiegrootte of probeer iets later nog eens wat te eten. Kleine beetjes verspreid over de dag kunnen samen toch veel betekenen.

Drinken: hoeveel en wanneer? 

Voldoende drinken is belangrijk. Het helpt om uitdroging te voorkomen en kan ook helpen bij obstipatie. Streef naar ongeveer 1½ tot 2 liter vocht per dag, verdeeld over de dag. Dit kan water zijn, maar ook koffie, thee, melk of bouillon. Ook producten zoals yoghurt, vla en appelmoes leveren vocht. Aan de kleur van je urine kun je vaak zien of je genoeg drinkt. Lichtgele urine is meestal een goed teken. 

Algemene adviezen voor drinken na een operatie 

Na een operatie kan drinken bij het eten soms klachten geven. Deze tips kunnen helpen:

  • Zit je snel vol als je drinkt bij het eten? Probeer dan eten en drinken te scheiden. Wacht bijvoorbeeld tot ongeveer 30 minuten na het eten voordat je weer drinkt.
  • Heb je klachten van vroege dumping? Probeer dan niet te drinken vanaf ongeveer 15 minuten vóór het eten tot 30 minuten ná het eten. 
  • Sommige mensen kunnen juist wél goed drinken bij de maaltijd. Probeer uit wat bij jou past. 
  • Neem dranken niet te heet en niet te koud. 
  • Suikerrijke dranken kunnen dumpingklachten versterken. 
  • Sommige mensen merken dat melkproducten klachten geven. Dit verschilt per persoon
  • Heb je refluxklachten? Drink liever niet vlak voor het slapengaan. 
  • Vind je het moeilijk om genoeg te drinken? Gebruik dan een drinkfles, zodat je tussendoor steeds kleine slokjes kunt nemen.

Vitamine B12 en andere tekorten  

Na een operatie waarbij de maag helemaal of gedeeltelijk is verwijderd, is er meer kans op een vitamine B12-tekort. Ook na een buismaagoperatie kan op termijn een tekort ontstaan. Vitamine B12 wordt alleen goed opgenomen met hulp van een stofje dat in de maag wordt gemaakt. Dit stofje heet intrinsic factor. Als de maag is verwijderd of veranderd, kan de opname van vitamine B12 minder goed gaan. Lees meer hierover in de brochure leven met een buismaag of de brochure leven met een maagresectie.

Bij mensen zonder maag zijn B12-injecties meestal nodig. Als een deel van de maag is verwijderd of als je een buismaag hebt, verschilt per persoon wat nodig is. De behoefte aan vitamine B12 kan hoger liggen dan de standaard referentiewaarden die voor gezonde mensen worden gebruikt.

Welke klachten kunne passen bij een vitamine B12-tekort?

Een vitamine B12 tekort kan leiden tot bloedarmoede. Klachten die kunnen passen bij bloedarmoede zijn bijvoorbeeld vermoeidheid, duizeligheid, oorsuizen en concentratieproblemen.  Ook tintelingen, een doof gevoel in handen of voeten, geheugenproblemen, minder kracht, aften, een zwerende tong of smaakverandering kunnen passen bij een B12-tekort.

Je (huis)arts of diëtist kan via bloedonderzoek controleren of er tekorten zijn en bespreken of aanvulling nodig is, bijvoorbeeld met B12-injecties. Let op: een uitslag die binnen de normale waarden valt, sluit klachten niet altijd uit. Officieel is er sprake van een B12-tekort bij een waarde onder de 150 pmol/L, maar rond de 300 pmol/L kunnen bij sommige mensen al klachten ontstaan. Soms kan iemand ook bij een laag-normale waarde baat hebben bij B12-injecties of smelttabletten. Je arts kan met je bespreken wat in jouw situatie passend is.

Naast vitamine B12 is het belangrijk om ook foliumzuur, ijzer, vitamine B6 en vitamine D te laten controleren. Deze voedingsstoffen werken met elkaar samen en tekorten komen soms tegelijk voor. B12-injecties werken bijvoorbeeld onvoldoende als er ook sprake is van een foliumzuurtekort. Na een (sub)totale maagresectie kunnen daarnaast ook tekorten ontstaan aan vitamine A, D en E, ijzer en calcium. Laat je daarom (half)jaarlijks controleren via de huisarts.

Wanneer neem je contact op met je diëtist of arts? 

Neem contact op met je diëtist (of bespreek het met je arts of behandelteam) bij: 

  • (aanhoudend) verlies van gewicht of achteruitgang van je conditie 
  • veranderingen in de ontlasting (bijvoorbeeld diarree, vettige/plakkerige ontlasting) 
  • (slijm) braken of (aanhoudende) misselijkheid 
  • passageklachten (eten blijft hangen/ slikken gaat moeilijker) 
  • buikklachten of klachten die duidelijk samenhangen met eten of drinken 

Wacht niet tot het echt niet meer gaat. Een diëtist kan vaak helpen met praktische aanpassingen.

Meer lezen, recepten en praktische tips 

Wil je meer weten over eten, drinken, spijsvertering en koken na maagkanker of slokdarmkanker? Deze websites en materialen kunnen helpen. 

Websites 

Recepten en kooktips 

Je staat er niet alleen voor

Praat met een buddy of kom in contact met lotgenoten.