Na de behandeling

Na de behandeling van slokdarmkanker volgt een periode van herstel, controles en nazorg. Veel mensen merken dat eten en drinken anders gaat, bijvoorbeeld door slikproblemen of doordat er een buismaag is aangelegd. Dit kan invloed hebben op hoe je eet, hoeveel je kunt eten en hoe je je voelt. 

Deze pagina is gebaseerd op informatie van onder andere Kanker.nl en op algemene kennis over nazorg en gevolgen na slokdarmkanker. 

Op deze pagina lees je over de periode na de behandeling van slokdarmkanker, welke klachten kunnen voorkomen en waar je terechtkunt voor hulp of ondersteuning. 

Hoe ziet de periode na de behandeling eruit? 

De periode na de behandeling van slokdarmkanker verschilt van persoon tot persoon. Dat hangt onder andere af van de behandeling die je hebt gehad, je conditie en hoe je lichaam herstelt. 

Veel mensen merken na de behandeling bijvoorbeeld dat: 

  • eten en drinken anders gaat  
  • slikken moeilijker kan zijn 
  • zij sneller moe zijn 
  • hun gewicht verandert 

Herstel na slokdarmkanker kost vaak tijd. 

Controles en nazorg na slokdarmkanker 

Na de behandeling kom je meestal regelmatig op controle. Dit heet ook wel nacontrole of follow-up. Je arts bespreekt met je hoe vaak deze controles nodig zijn. De controles zijn meestal in het ziekenhuis, soms bij de huisarts. Tijdens de controles kijkt de arts of de behandeling effect heeft gehad en of de kanker wegblijft. Ook als je niet meer beter kunt worden van slokdarmkanker, kun je op controle blijven komen. 

Vaak blijf je na de behandeling nog langere tijd onder controle, soms tot ongeveer vijf jaar. Je arts bespreekt met je hoe dit er in jouw situatie uitziet. Soms doet de arts lichamelijk onderzoek. Soms is aanvullend onderzoek nodig, zoals een endoscopie of CT-scan. Deze onderzoeken zijn niet standaard bij iedere controle, maar kunnen worden ingezet als daar aanleiding voor is. Ook als genezing niet meer mogelijk is, kunnen controles onderdeel blijven van je behandeling en begeleiding. 

Wat als je tussen de controles klachten krijgt? 

Wacht niet altijd tot een volgende controle als je tussendoor klachten krijgt of je zorgen maakt. Neem contact op met je huisarts of met het ziekenhuis als je: 

  • nieuwe klachten krijgt 
  • meer pijn hebt 
  • klachten erger worden 
  • niet goed kunt eten of drinken 
  • blijft afvallen 

De arts kan onderzoeken waar de klachten vandaan komen en of extra zorg of behandeling nodig is. 

Welke klachten kun je houden na de behandeling? 

Na de behandeling van slokdarmkanker kun je nog last hebben van gevolgen van de ziekte of behandeling. Sommige klachten verdwijnen na verloop van tijd. Andere klachten kunnen langer duren.

Veel mensen ervaren veranderingen in eten en drinken, bijvoorbeeld door slikproblemen of een buismaag. Je kunt bijvoorbeeld last hebben van: 

  • moeite met eten 
  • slijmvorming 
  • gewichtsverlies 
  • diarree 

Deze klachten kunnen invloed hebben op je dagelijks leven. Bespreek klachten met je arts, verpleegkundige, logopedist of diëtist. Voor meer informatie kun je verder lezen op de pagina Eten en drinken. Of lees meer op Voeding bij slokdarmkanker | Kanker.nl. 

Na een operatie aan slokdarmkanker krijgen veel mensen een buismaag. Daarbij wordt van een deel van de maag een nieuwe verbinding gemaakt Een buismaag heeft invloed op hoe en wat je kunt eten en drinken. Ook kun je last krijgen van bijvoorbeeld dumping, slikproblemen of heesheid. Lees meer over een buismaag op Leven met een buismaag na slokdarmkanker | Kanker.nl. 

Soms wordt er bij de behandeling van slokdarmkanker een stent geplaatst. Een stent helpt om eten en drinken makkelijker door de slokdarm te laten gaan. In principe kun je met een stent veel eten en drinken, maar misschien wel anders dan voor de operatie. Lees meer over het leven met een stent op Leven met een stent bij slokdarmkanker | Kanker.nl 

Na de behandeling hebben veel mensen last van vermoeidheid. Rust nemen helpt niet altijd genoeg en dagelijkse activiteiten kunnen meer moeite kosten. Deze vermoeidheid kan invloed hebben op werk, huishouden en sociale contacten. Lees meer over vermoeidheid bij of na kanker.

Na slokdarmkanker of de behandeling daarvan kun je pijnklachten houden. Bespreek dit met je arts of verpleegkundige. Soms is behandeling of begeleiding mogelijk. Lees meer over pijn bij kanker. 

Wanneer neem je contact op met je arts of huisarts? 

Blijf niet rondlopen met klachten. Bespreek tijdens een controle of eerder met je arts, verpleegkundig specialist of huisarts waar je last van hebt. Soms is er iets aan te doen. Ook kun je worden verwezen naar andere zorgverleners, zoals een diëtist, logopedist, fysiotherapeut, psycholoog of maatschappelijk werker. 

Angst voor controles en onzekerheid 

Controle-afspraken kunnen spanning geven. Bijvoorbeeld omdat je bang bent dat de ziekte terug is of erger is geworden. Het kan helpen om hierover te praten met je arts, verpleegkundig specialist, huisarts of met een lotgenoot of een buddy. Merk je dat angst of onzekerheid je dagelijks leven sterk beïnvloedt? Dan kan psychologische hulp passend zijn. Je huisarts of specialist kan je verwijzen. 

Terugkeer naar werk of verzekeringen 

Na slokdarmkanker kun je tegen praktische vragen aanlopen, bijvoorbeeld over terugkeer naar werk of het afsluiten van een verzekering. Ook hierover kun je advies of begeleiding vragen. 

Je staat er niet alleen voor

Praat met een buddy of kom in contact met lotgenoten.