Interview met Peer V

Publicatiedatum: 1 april 2025

Een diagnose en behandeling tegen maagkanker is ingrijpend en zwaar.
Desalniettemin lukte het Peer zijn werk na elke chemo en zelfs de operatie weer gewoon door te laten lopen. “Het paste precies.”

Boven alles voel ik nog intenser dat je van je leven moet genieten, maak er wat moois van’

Een dik uur nadat Peer de diagnose maagkanker had gekregen, fietste hij van het ziekenhuis naar huis. Bij het Wilhelminapark in Utrecht stopte hij en keek naar de mensen in het park. “Ik had zojuist een ernstige kankerdiagnose gekregen, wist niet of er uitzaaiingen waren en dacht dat mijn overlevingskansen klein waren. Maar toen ik rondkeek dacht ik: als mijn leven binnenkort afgelopen is, heb ik een prachtig leven gehad.”

Het mag duidelijk zijn dat Peer beschikt over een grote dosis veerkracht.
“Klopt, ik ben een optimist, altijd. Ik kan me geen dag in mijn leven herinneren dat ik depressief was. Zelfs somberheid, ken ik niet. Dus toen ik op dat moment op mijn leven terugkeek, dacht ik: ik heb het goed gedaan. Ik heb veel gewerkt, maar niet alleen maar gewerkt. Ik heb veel vrienden en vriendinnen en twee prachtige zoons. Ik heb ontzettend genoten van concerten, muziek en mijn sociale leven. Als dit het is, kan ik er mee leven. Dan gaan we van dat laatste stukje ook maar het beste maken.” Dit wil niet zeggen, benadrukt hij, dat het intens was om die middag zijn geliefden te bellen om te vertellen dat hij maagkanker had. “Natuurlijk brak ik, vooral toen ik het mijn kinderen vertelde. Je neemt een voorschot op je afscheid. Maar het mooie was dat ik toevallig een afspraak had staan om te gaan zeilen met mijn jaarclubgenoot Hans op de Loosdrechtse Plassen. Ik was de enige van de jaarclub die zou komen. ‘Wil je dat wel laten doorgaan?’, vroeg ik. ‘Thuisblijvers krijgen nooit gelijk’, zei hij. De boodschap was pittig en bleef pittig. Zeker omdat we in de jaarclub net van iemand afscheid hadden genomen na slokdarmkanker. Hans, die arts is, had hem bijgestaan en wist dus veel van deze ziekte. Het was fijn om die middag met hem te zeilen en het er samen over te hebben.”

‘Ik ben een realist, maar ook een optimist’

Genieten

Het leven dat Peer voor de diagnose leidde, was er een van werk combineren met intens van het leven genieten. “Ik wandelde veel, hield van golfen, ging skiën in de winter en liep drie keer per week hard. Ik ben dol op klassieke muziek en jazz; twee keer per week ging ik naar een concert. Ik leefde met weinig stress, sliep goed en at gezond; veel groente, fruit, weinig rood vlees en alles volkoren. Ik was gewoon fit. Dat je kanker krijgt, verwacht je niet. Het was ronduit pech, bleek ook. Het klepje van mijn maag naar mijn slokdarm sloot niet goed. De maagsappen die er dan uitlopen, richten beschadigingen aan. Meestal kan je lichaam dat herstellen, maar dat is dus niet goed gebeurd.”

Passageklachten

Gek genoeg dacht Peer zelf nog eerder aan deze vorm van kanker dan zijn huisarts. “Ik kreeg passageklachten: als ik brood at, voelde ik druk op mijn borstbeen. Een goede vriend van mij had op dat moment slokdarmkanker. Omdat ook zijn ziekte startte met eetproblemen, linkte ik ook mijn klachten aan slokdarmkanker. Toen ik navraag deed, vertelde hij dat hij vooral slikproblemen had en de hik. Dat stelde me gerust en ik negeerde vooralsnog de passageklachten.”
Er gingen echter alarmbellen af toen hij, tijdens het eten van een pruim, wel ineens de hik kreeg. “Ik ben naar de huisarts gegaan. ‘Een hele kleine kans dat dat slokdarmkanker is, zei hij. ‘En als je het hebt, is de kans dat je het overleeft klein.’”
De passageklachten verdwenen als hij zijn eten met kleine hapjes at en af en toe een slok drinken nam. “Ik voelde me fit en viel niet af. Maar gek genoeg bleef het wel in mijn achterhoofd zitten. Ik weet nog dat, toen mijn vriend overleed en ik bij zijn afscheid was, dacht: Misschien ben ik de volgende.”
In de nazomer van 2023 werd zijn niet-pluis-gevoel bewaarheid: de passageklachten kwamen terug en hij kreeg opnieuw de hik bij het eten van een grapefruit. “Ik ging terug naar de huisarts en werd doorgestuurd voor een gastroscopie. Er zouden een of twee biopten worden genomen. Maar toen ik daar zonder verdoving lag met die buis in mijn keel, hoorde ik de artsen wel negen keer tegen elkaar zeggen: ‘aan-uit’. Ik wist toen al dat het foute boel was, anders hadden ze er niet zoveel hoeven te nemen.”

Scan

Meteen nadat de buis werd verwijderd zei de MDL-arts dat er vlak boven de maag, onderaan de slokdarm een kwaadaardige tumor zat. Hij moest een paar dagen later komen voor een scan waaruit zou blijken of er uitzaaiingen waren en of de kanker behandeld kon worden. “Die scan heb ik gedaan, maar ik heb uitdrukkelijk gevraagd aan de arts of de uitslag en het gesprek een week konden wachten. Ik gaf die week nog een training van twee dagen. Als de uitslag negatief zou zijn, zou ik die training niet kunnen geven. En wat kun je doen met een eventuele hele negatieve boodschap, als je er op dat moment toch niets aan kunt doen? Ik wilde daar staan zoals ik er altijd stond.”
Zo geschiedde; Peer stond voor de groep en gaf de training in de wetenschap dat hij maagkanker had, maar niet wist of er uitzaaiingen waren en of er een behandeling mogelijk zou zijn. “Ik heb er daar verder met niemand over gesproken. Het weekend heb ik volgeduwd met leuke dingen, golfen, film, jazzconcert … En toen volgde op maandagochtend het gesprek in het ziekenhuis. Een spannende ochtend, waar ik met mijn oudste zoon naartoe ging. Ik zie de arts nog zitten, zijn gezicht was serieus en ik bereidde me voor op het ergste. ‘Er zijn geen uitzaaiingen en het is curatief’, zei hij. ‘Ik gaf mijn zoon een enorme high five. ‘Ik ga nog een tijdje door’, zei ik. ‘U heeft een hele ernstige aandoening hoor!’, zei de arts verbaasd. ‘Dat weet ik’, zei ik. ‘Maar ik krijg nog wel een kans.’ Ik ben een realist, maar ook een optimist. Ik zag vanaf dat moment alleen maar het licht en geen donker meer.”

Maagverwijdering

Het traject waar Peer voor stond, bestond uit chemotherapie en een maagverwijdering. “De eerste ronde chemo, van oktober tot en met december, was pittig. Maar in de weken dat ik herstelde, kon ik op Eerste Kerstdag met mijn zoon naar de kerstmatinee van het Concertgebouworkest. Ik dronk daar weer mijn eerste glas champagne. Het was zwaar, maar er is doorheen te komen, dacht ik.”
Peer traint over een periode van een jaar dezelfde groep mensen op locatie. Een training waarin hij kennis overdraagt en ook met de deelnemers ontbijt, dineert en gaat mountainbiken. “Bijzonder leuk, maar ook intensief. Zeker als je net een chemo achter de rug hebt. Het was zo te plannen dat in de weken dat ik thuis was ik de chemotherapie kreeg. Natuurlijk werd elke kuur zwaarder, toch wist ik elke keer zo op te krabbelen dat ik de volgende training kon geven. Ik was elke keer fit genoeg om te starten. Zo logeerde ik vijf weken na de laatste chemo bij mijn zus en zwager in Curaçao, waar ik drie dagen ben gaan duiken. Het voelde geweldig om dat weer te kunnen doen! En ook na de maagoperatie wandelde ik na twee weken alweer drie keer meer dan acht kilometer in een week. Ik ben hét bewijs dat als je fit een behandeling ingaat, je er ook fit kunt uitkomen.”

‘Ik ben hét bewijs dat als je fit een behandeling ingaat, je er ook fit kunt uitkomen’

Complicatie

Ondanks dat hij fit door zijn maagoperatie kwam, kreeg hij twee weken na operatie ernstige pijn door complicaties. Bij de nieuwe ingang van de twaalfvingerige darm had zich littekenweefsel gevormd waardoor alvleesklier -en galsappen er niet uit konden en er ontstekingen ontstonden. “Het deed vreselijk pijn en het was eerst niet duidelijk wat ik had. Ik kreeg een kijkoperatie, waarvoor je onder narcose moet en ik was ontzettend ziek. Die tweede operatie vloerde me totaal. Ik ging als een dweil het ziekenhuis in en kwam er twaalf dagen later als een dweil uit. Mijn energie was totaal weg. Dat was confronterend. Ik heb nooit geweten wat het is om totaal geen energie te hebben, maar ik kon echt helemaal niets. Ik was al afgevallen door die maagverwijdering, maar dat liep op totdat ik 22 kilo onder mijn oude gewicht zat.”
Maar opnieuw krabbelde hij op en pakte hij de draad van zijn werk weer op. “Ik kon redelijk terugkomen, ben langzaam weer gaan hardlopen en afgelopen winter heb ik weer kunnen skiën. Ik haalde niet elke dag de après-ski, maar zat elke dag in de eerste en ook de laatste lift en ging met dezelfde snelheid als anders de berg af.”
Peer is nog niet terug op zijn oude energieniveau, maar heeft wel voldoende energie. Hij realiseert zich dat het heel anders had kunnen lopen. “Maar het heeft geen zin daar te lang bij stil te staan en ik lig er ook niet wakker van. Het belangrijkste wat ik meeneem, is dat ik blij verrast ben hoe de meeste mensen me hebben gesteund en geholpen. Boven alles voel ik nog intenser dat je van je leven moet genieten, maak er wat moois van.”

Tip van Peer:

de app Lots a Helping Hands
Om hulp te organiseren van vrienden en familie gebruikte Peer de app Lots a Helping Hands (lotsahelpinghands.com). Je kunt in deze app taken aanmaken, zoals boodschappen doen, een rit naar het ziekenhuis of een wandeling maken. Het netwerk dat zich aansluit via deze app kan zich op die taken inschrijven. “Veel mensen willen helpen, maar als je niet de energie hebt om al die hulp te managen, heb je niets aan al die vriendelijk bedoelde hulp. Via de app loste zich dat vanzelf op, mensen konden zich inschrijven voor die taken en ik kon erop vertrouwen dat het goed kwam. “Ik had ongeveer dertig vrienden en familieleden de link naar de app gestuurd. Het mooie was dat iedereen zelf kon uitkiezen waar en wanneer hij mee wilde helpen. Zo verdeelde de zorg zich over velen.”