Smaakverandering is een vervelende bijwerking van chemotherapie. Eric-Jan Wissink was chef-kok in een ziekenhuis en specialiseerde zich in smaakverandering. ‘Al je zintuigen kun je tijdens en na je chemo gebruiken om eten weer te laten smaken.’
Brood smaakt niet meer naar brood, maar naar karton. Of nog erger: metaal of roest. Twee op de drie mensen die behandeld worden met chemotherapie tegen kanker, herkennen dit. Het eten smaakt minder goed of zelfs ronduit vies. Doordat de smaakpapillen worden aangetast door de chemokuur, verandert je smaak. Dat komt doordat de chemo vooral de snel delende cellen in het lichaam beschadigt. Hieronder vallen kankercellen, maar ook de smaak- en geurreceptoren in je mond. Je ogen zien dus een boterham met stroop, een bord met pasta pesto of een cappuccino. Je brein verwacht een bepaalde smaak. Maar zodra je het eet of drinkt, proef je iets anders dan je verwacht. En meestal smaakt het vies.
Als chef-kok in het ziekenhuis specialiseerde Eric-Jan zich in smaakverandering door ziekte of chemo. Hij publiceerde er een boek over en geeft kookworkshops. “Als je geur en smaak zijn verstoord, is dat niet gezond omdat je minder gaat eten. Maar het is ook een extra verstoring van je welzijn. Het ontneemt je geluksmomenten die je juist nodig hebt als je ziek bent.”
Hoe het smaakverlies uitpakt, verschilt per persoon. “Veel mensen ervaren dat ze weinig tot niets meer proeven, het eten smaakt ‘anders’ of voelt vreemd aan in de mond. Soms vinden mensen het eten ineens vies. Het staat je dan zo tegen dat je geen hap meer door de keel krijgt. Wat je proeft kan ook veranderen, ineens houd je van hele gekke combinaties.”
Gewichtsverlies
Niet alleen smaakverlies of smaakverandering is herkenbaar bij chemotherapie. Deze ook: iedereen drukt je op het hart dat je juist nú goed moet eten. “Om te herstellen is het inderdaad belangrijk dat je goed eet. Dus probeer te letten op eten met voldoende bouwstoffen, beschermstoffen en brandstoffen. Maar als het eten niet lekker is of zelfs pijn doet in je mond, wordt eten en ook op gewicht blijven heel lastig”, zegt de chef-kok.
Als alles wat je eet een struggle is, vergaat je namelijk de lol om te koken of nog eens op te scheppen. Om die reden is smaakverlies minder onschuldig dan het lijkt. Je loopt extra kans op ondervoeding, terwijl je tijdens een chemokuur juist op gewicht moet proberen te blijven. Daar komt na de operatie tegen slokdarm- of maagkanker nog een uitdaging bij. Met een buismaag of een (gedeeltelijke) maagverwijdering kun je nog maar kleine porties eten. Dit leidt bijna altijd tot gewichtsverlies. Als je eten minder smaakt, is het risico groot dat je minder eten binnenkrijgt dan goed voor je is. Je wordt daardoor extra kwetsbaar voor andere ziektes, kunt minder goed de intensieve chemobehandelingen aan en herstelt minder goed na een operatie.
Eric-Jan ontwikkelde daarom een methode om wel lekker te kunnen eten. “Bij smaak denken we vaak aan onze mond en tong. Maar wat je proeft, wordt voor tachtig procent bepaald door je neus. Wat ruik je? Ook je ogen ‘proeven’ mee; iets wat er lekker uitziet, smaakt beter. En ook het mondgevoel, of iets knispert en kraakt, werkt mee in je smaakbeleving. Al die zintuigen kun je tijdens en na je chemo gebruiken om eten weer te laten smaken.”
Dat doe je met de ezelsbrug GPS, een methode die Eric-Jan zijn cursisten aanleert in zijn workshops en waarop zijn recepten zijn gebaseerd. In je maaltijd kun je aandacht schenken aan G (geur), P (prikkeling) en S (smaak). Op die manier koken kost even oefenen. Maar als je in elk gerecht ‘GPS’ stopt, kan je smaak verbeteren.
Hoe zorg je voor meer ‘S’ (smaak)? “Die vergroot je vooral door meer te koken met kruiden en specerijen, want dat zijn echte smaakmakers. Gebruik bijvoorbeeld meer knoflook, kruidnagel, kaneel en steranijs in de keuken. Ook ui en tomaat zijn smaakversterkers; ingrediënten die je goed kunt gebruiken om je gerecht ‘diepte’ en smaak te geven. Ook groene kruiden geven veel geur en smaak, maar alleen als je ze niet laat meekoken. Munt en basilicum doe je om die reden altijd op het laatst in je gerecht.”
Naast smaak en geur is ook de ‘P’ van prikkeling belangrijk. “Als eten een fijne prikkel geeft in je mond, smaakt het beter omdat ze je smaakpapillen aanzetten. Gember doet dat, maar peper ook. Ook alles wat kraakt, prikkelt! Croutons in je soep, een tosti of versnipperde vellen nori (gedroogde zeewier) zullen je smaak aanzetten.”
En … experimenteer! “Omdat veel dingen anders smaken, is het heel belangrijk dat je experimenteert met de smaken zout, zoet, zuur en bitter. Wat helpt is een dagboekje bij te houden, zodat je langzaam maar zeker weer plezier krijgt in koken en eten. Want het geluksmoment van lekker eten is te belangrijk in het leven om te missen!”

Dit zijn goede smaakversterkers
Parmezaanse kaas, ansjovis, zeewier, tomaat, doperwten, gember, paddenstoelen, marmite
Is je smaak verminderd of verzwakt?
Voeg extra kruiden en andere smaakmakers toe, maar liever geen extra zout.
Tips
- Verdeel het eten in kleinere porties over de dag, kauw goed, breng variatie aan
- Kies eten met een neutrale smaak, zoals rijst of pasta, gestoomde vis of kip
- Koud eten smaakt vaak beter dan warm eten
- Je ogen eten ook: serveer het eten op een mooi bord
- Bij een metaalsmaak helpt het gebruik van kunststof bestek
- Eet geen producten die je tegenstaan en probeer te experimenteren
Eiwitten
Omdat kanker de eiwitten uit spiercellen gebruikt als energiebron, is het vooral belangrijk genoeg (of meer) eiwitten te eten. Let tijdens de behandeling daarom extra op de inname van je eiwitten, zoals peulvruchten, bonen, granen, soja, noten, zaden, eieren, zuivel, vis en vlees.
Wil je meer recepten van Eric-Jan of leren over GPS en de 3 B’s? Kijk op vierkeerbeter.nl/recepten. Dit is een initiatief van het Platform Patiënt en Voeding, Stichting Eten + Welzijn, patiëntenorganisaties ICConnect/FCIC en Reuksmaakstoornis en chef-kok Eric-Jan Wissink.

Tekst: José Leeuwenkamp | Foto’s: Unsplash en Pixabay

