Interview met Frank Buunk

Publicatiedatum: 13 juli 2026

In de zomer van 2024 kreeg taxateur en galeriehouder Frank amper een hap vlees door zijn keel. Een tumor in de slokdarm versperde de doorgang. Het was een klap die maakte dat hij zich ‘al halverwege de uitgang’ voelde. Inmiddels ervaart hij het als een verrijking. ‘Ik heb nu een streepje voor omdat ik meer dan ooit voel dat leven en gezondheid niet vanzelfsprekend zijn.’

Frank Buunk (69)

Toen ik de eerste keer naar het ziekenhuis ging, zag ik een dame in een opvallende fleurige jurk. ‘Wat een feestelijke jurk heeft u aan’, zei ik. ‘Nou’, zei ze kortaf, ‘was het hier maar zo’n feestje’. Toen dacht ik: ‘Wat een zielige geest daar in die feestjurk.’

‘Ik besef nu écht dat het leven niet vanzelfsprekend is’

Mijn zoon noemt mij al langer een typische omdenker. Hoewel ik er nog nooit van gehoord had, wist ik gelijk waar hij het over had. Het is iets anders dan positief denken. Dat klinkt alsof je een knop kunt omdraaien, waardoor je ineens de positieve kanten van het leven zou zien. Zo werkt het niet. Omdenken moet je al hebben ontwikkeld. Waarschijnlijk is het ook wel een kwestie van aanleg en opvoeding. Sommige mensen zeggen goedbedoeld: ‘Vecht tegen de kanker’. Maar ook dat zijn niet de juiste woorden. Je kunt niet op commando tegen een ziekte vechten. Die ‘strijdlust’, die ikzelf liever gewoon doorzetten noem, moet al in je systeem zitten.

Neanderthaler

Het is een mindset die Frank hielp tijdens het ziekzijn. Dat er iets mis was, ontdekte hij tijdens het eten. “Het slikken werd trager.” Lachend: “Als ik kip eet, zeg ik wel eens dat ik op een Neanderthaler lijk: een paar grote happen, een paar keer kauwen en hap-slik-weg is het. Maar ineens lukte dat niet meer.”

“Ik ben vrij snel naar de huisarts gegaan die me doorstuurde naar de maag-darm-leverarts. Daar kreeg ik al snel het nieuws dat het ‘bingo’ was. In negatieve zin. Een tumor boven de maag, onderin de slokdarm. Ja, dat was een behoorlijke klap natuurlijk. Mijn vrouw Mariëtte was erbij. Thuis hebben we meteen de kinderen gebeld.”

“Ik merkte dat ik meteen omschakelde in denken. Ik ben al halverwege de uitgang van deze wereld, voelde ik. Ik zag de mensen op straat en op terrassen een biertje drinken en dacht: ik hoor er niet meer bij. Ik leefde in een soort overgangsfase, want slokdarmkanker is meestal over-en-sluiten.”

Gelukkig

“In de weken tussen de diagnose en wachten op het behandelplan, was het vooral hopen dat het toch verholpen kon worden. En ook nadenken over het einde, dat het afloopt en dat zien te accepteren. Maar toen ik na twee weken hoorde dat het operabel was, klaarde ik enorm op. Ik kan me niet herinneren dat ik ooit gelukkiger was dan op dat moment. Gelukkig in de misère. Als een jonge vrouw die een kindje krijgt te midden van de puinhopen in Gaza…”

Normaal gesproken wordt bij slokdarmkanker chemoradiatie gedaan. Maar Frank hoorde over de mogelijkheid van micro-uitzaaiingen en wilde liever chemotherapie in de hoop dat hij daarna niet meer met uitzaaiingen geconfronteerd zou worden. Ook dat was een optie en zo geschiedde..

Vertrouwen

De chemotherapie vond hij ‘goed te doen’. “Prima verzorging. Ik noemde het zelfs gekscherend ‘de wellness’.” De operatie ging hij vol vertrouwen in. “Een van de chirurgen herkende ik in de operatiekamer van een bezoek in onze kunsthandel. Van de andere chirurg had ik pas een interview gelezen in dit blad. Ik voelde mij in goede handen.”

Maar er gebeurde iets wat niemand zag aankomen: tijdens de operatie kreeg Frank een bloeding en een hartstilstand. “De chirurgen hebben mijn milt verwijderd, bloed gegeven en mij moeten reanimeren.” Met een lach vertelt hij: “In vijf minuten hebben ze me weer aan de praat gekregen.”

De operatie voor een buismaag was nog niet klaar. “Ze hebben de zaak weer dichtgemaakt en de volgende dag van de helft van de maag een nieuwe ‘slokdarm’ gemaakt. De tumor was verwijderd en ook waren honderd procent van de kankercellen dood. De chemo had dus goed zijn werk gedaan.”

Frank vertelt dit alles alsof hij een boodschappenlijst voorleest. Tot op de dag van dit interview weet hij niet wat de oorzaak van de hartstilstand was. Met hart- en vaatproblemen was hij niet bekend, dus eigenlijk kwam het uit het niets. “Normaal wil ik weten wat er aan de hand is. Maar weten waarom het verkeerd ging, wil ik nog niet weten. Ik zie dat de artsen enorm hun best hebben gedaan.”

Hij wil niet de focus leggen op ziekte, maar op het leven. “Iedereen gaat dood, en er zijn steeds meer ziektes bekend die je kunt hebben. Het is daarom een godsgeschenk dat je gezond bent.”

Zoals zijn gezondheid een geschenk is, zo is zijn talent voor de kunsthandel dat ook. Weten wie een schilderij maakte en snel en zeker herkennen wat hij voor zich heeft. “Dat is een vaardigheid die jaren kost om te ontwikkelen en nooit uit boeken te leren is.”

Mondriaan

Hij heeft het ook met gezichten van vroeger. “Toen het recent sneeuwde, zag ik twee oudere dames op straat en verleende ze voorrang. Ik wilde afslaan naar de galerie, maar ik dacht: ‘Hé, dat is Elly de Haan. Daar heb ik 53 jaar geleden een blauwtje bij gelopen!’ Ik herkende na een halve eeuw het zestienjarige meisje in de bijna zeventigjarige. Dat heb ik ook met schilderijen. De meeste werken herken ik in één oogopslag in vergelijking tot ander werk van de schilder, of kan ik traceren in archieven en literatuur.” Trots: “Zo heb ik zeven vroege Mondriaans ontdekt. Echte vondsten!”

Hij houdt van zijn vak, wat daardoor niet voelt als werk. Drie dagen na de tweedaagse operatie bood hij alweer mee op een veiling, terwijl hij nog op de hartbewaking op de intensive care lag. Het ging om de ‘Amazones’ van Isaac Israels. “Het bieden ging telefonisch bij opbod. Ik heb van de koop genóten en thuisgekomen het doek bij mijn bed in de woonkamer opgehangen.”

“Een dag later, net van de intensive care af maar nog steeds met de nodige slangen aan mijn lijf, bood ik op een andere veiling op internet mee. Gewoon op mijn telefoon. Maar ik kreeg een hoest- en niesaanval en blies de maaghevel mijn neus uit! De verpleegkundige zei: ‘Doe die telefoon maar weg.’ Maar dat moet je tegen mij niet zeggen. Daar ben ik nou net te recalcitrant voor. Ik kan me niet voorstellen op welke manier gedwee luisteren naar de verpleegkundigen mijn gezondheid baat; ik druk op een paar knopjes en dat geeft me helemaal geen stress. Uitzonderingen daargelaten, bijvoorbeeld die keer dat ik vanuit Sint-Petersburg meebood op een vroege aquarel van Van Gogh: een heer met zijn vrouw aan het strand bij een bomschuit. Dat was waanzinnig spannend. In het geval van de Amazones van Israels was het juist ontspanning. Het voelt als jongleren!”

Opklimmen

Voor de kerst was Frank weer thuis. Hoe is het nu? “Ik moest stap voor stap rustig aan weer opklimmen. Je merkt het niet echt, maar heel langzaam gaat je gezondheid toch vooruit. En dat is een gelukkigmakend proces. Dat heb ik als een wonder ervaren.”

Een hele kip kauwt hij niet meer weg. Maar, zegt hij lachend: “Ik kan nog steeds behoorlijk bunkeren. Het was één van de redenen waarom ik voor de diagnose zei: ‘Het is onmogelijk dat ik kanker heb, want ik kom veel te veel aan.’ Het eten gaat nog prima. Voor de operatie woog ik 116 kilo. Nu weer 104; door vijf keer in de week fitness ben ik weer gespierd als vanouds.”

“Dumping? Ja, dat heb ik wel eens meegemaakt. Je trilt als een rietje. Het komt er dan aan alle kanten weer uit. Het mooie is: het is ook zo weer over. Even naar het toilet en hup. Ik eet alles en kan ook alles weer eten. Ik snaai de hele dag door en het is heerlijk! Wel neem ik kleinere porties en vaker op een dag. Wanneer ik patat eet, houd ik het bij driekwart zak. Dat smaakt net zo lekker en het is ook genoeg. Eerlijk gezegd zou ik wel een beetje gewicht kwijt willen, ik wil weer graag een adonis worden.”

Jongste taxateur

De kunsthandel en galerie in Ede was in de jaren zeventig van zijn schoonvader, een schilderijenrestaurator die daarnaast een handel dreef in antiek, schilderijen en Perzische tapijten. Samen met zijn vrouw bouwde Frank het uit tot een grote kunsthandel in twee oude panden met een doorlopende tentoonstelling van meer dan 2.500 schilderijen, tekeningen en beelden.

Hij staakte zijn studie fiscaal recht, omdat de kunsthandel te druk werd. “Ik ben toen beëdigd en was verreweg de jongste schilderijentaxateur van het land.”

Wat is er nu veranderd? “Ik merk dat ik soms, meer dan anders, tegen dingen op zie waar ik al geen liefhebber van ben, zoals administratie en schrijfwerk. Daar heb ik meer rust voor nodig in mijn hoofd. Vaak ben ik ook moe. Maar over het algemeen ben ik enorm vooruitgegaan. Als kind vond ik het best fijn om ziek te zijn, want het beter worden vond ik zo heerlijk. En dat heb ik nu weer.”

Een streepje voor

Veranderde de kanker de manier waarop hij in het leven staat? “Ja!”, zegt hij volmondig. “Eigenlijk heel erg. Ten eerste voel ik nu dat ik er weer bij hoor. En ten tweede heb ik een streepje voor, omdat ik écht besef dat het leven niet vanzelfsprekend is en nóg meer besef wat een wonder het leven is. Dat ik beter ben geworden is een godsgeschenk. De vanzelfsprekendheid waarmee de meeste mensen leven, ben ik kwijt. Ik ben me er niet voortdurend van bewust, maar ik ken nu het gevoel dat het ook zomaar ineens over kan zijn.”

Met pensioen gaat Frank niet. Het idee dat je op zekere leeftijd stopt met werken, is niet aan hem besteed. “Pensioen is voor anderen. Op voorwaarde dat de zaak kan blijven bestaan en we de werknemers kunnen betalen, vind ik het fijn om aan de slag te blijven. Blijven struinen in de kunst. Kijken en vergelijken of iets echt is of niets, of een onbekend schilderij tot iets bekends maken. Ik ben van plan daarmee tot mijn negentigste door te gaan.” Daaraan voegt hij met een aanstekelijke grijns toe: “En ik houd me het recht voor om er 91 of 92 van te maken.”

Tekst: Rineke Wisman. Fotografie: Sanne van Westeneng.

Ook Doorgang thuis ontvangen?

Dit interview verscheen in Doorgang, het magazine van SPKS over leven met maag- of slokdarmkanker. Als donateur van SPKS ontvang je Doorgang drie keer per jaar thuis, met ervaringsverhalen, betrouwbare informatie en praktische tips.