Herstellen van een buismaagoperatie gaat veel verder dan spierkracht opbouwen en opnieuw ontdekken wat je kunt eten. Het gaat ook over opnieuw leren kijken naar jezelf. Want wat kun je nog? En wat wil je nog?
We staan in een prachtige tuin achter het huis van Jan en Asré. Zo’n tuin met overal plekken waar je in de zon zitten. Er is een tuinhuisje met een veranda en een hangmat. Er scharrelt een poes rond en je kunt zo ver kijken dat je de horizon ziet. “Jij ziet een hele mooie tuin”, zegt Jan. Om er met humor aan toe te voegen: “Ik zie vooral veel werk. Dus als ik weer eens niets te doen heb, is er altijd wel een heg die ik kan snoeien.”
Dit is Jan. Nuchter, direct en grappig. Maar ook een man die aan zijn no-nonsense antwoorden scherpe haakjes toevoegt. Want “niets doen” is nu precies een van de dingen waar hij bijna twee jaar na de operatie mee worstelt.
Nieuwe leven
“Ik heb een tweede kans gekregen en daar ben ik ontzettend dankbaar voor. Maar wat ik met mijn nieuwe leven moet doen, weet ik nog niet. Teruggaan naar mijn oude leven kan fysiek niet. Maar ik heb wel een enorme drive, ben een doener en houd absoluut niet van stilzitten. Rustig aan doen, voelt nutteloos. Dus hoe ik mijn leven na kanker moet invullen, moet ik nog uitzoeken. Het zal heus wel lukken. Maar hoe en wat? Ik weet het nog niet.”
Na deze openhartige opmerking geeft hij direct een waarschuwing. “Ik ga mijn verhaal niet mooier maken dan het is. Maar pas op: het artikel in Doorgang moet ook positief zijn voor de mensen die het lezen. Verhalen die je in de put trekken, zijn er genoeg. En als ik één ding wil zeggen tegen iedereen die dit traject nog moet starten, is het dit: ook na alle behandelingen tegen slokdarmkanker zijn er veel meer dingen die je wél kunt dan dingen die je niet kunt.”

Gitaar
Met die waarschuwing in het achterhoofd, stellen we direct de vraag wat het leven mooi maakt. “Ik houd van concerten, gitaarspelen, mountainbiken, lekker eten, het buitenleven in Twente en onze beesten. En natuurlijk ontzettend veel van mijn vrouw Asré.” Zijn vrouw komt meerdere keren in het gesprek terug. “We hebben het samen gedaan, ondanks dat ik degene was die kanker had.”
Twee jaar geleden werkte Jan als plant- manager van een grote veevoederfabriek. “Een hectische baan met veel verantwoordelijkheid, want het draait om serieus veel kilo’s veevoer en serieus veel omzet.” Buiten werktijd was hij aan het mountainbiken en sportten hij met een personal trainer.
Een totaal andere wereld dan die van ziekenhuizen, operatiekamers en medicijnen. “Ja, dat is nogal een verschilletje”, zegt hij. “En ook een wereld waar je zomaar ineens in verzeild raakt. In mijn beleving werd ik van het ene op het andere moment ziek. Ik voelde me al een tijd lang futloos, maar ik had honderden redenen om dat te verklaren. We hadden een grote verbouwing achter de rug, ik had een drukke baan, er liep een groot automatiseringsproject en ik werkte ’s avonds vaak door. Natuurlijk was ik moe.”
Totdat hij ineens problemen kreeg met het doorslikken van brood. “Ik ging met die klacht naar de huisarts en werd direct doorverwezen. Dat was op een vrijdag, de uitslag kwam na het weekend. Het vervelende was dat dit het pinksterweekend was. Een extra dag om na te denken en te googelen. Ik kan prima nadenken, dus toen we op dinsdag in het ziekenhuis kwam, hadden we ons al enigszins voorbereid op de diagnose slokdarmkanker.”
Persoon
Toch vergeet hij nooit hoe het voelde toen de arts de diagnose uitsprak. “Ineens zit je als gezond mens een gesprek te voeren over kanker en het gaat over jou. Je denkt altijd: kanker is iets dat anderen overkomt. Maar natuurlijk kun jij die persoon ook zijn. Want in die kamer bij die arts zaten gisteren ook mensen. En morgen ook weer. En op die dag, op dat moment, was ik die persoon.”
“Je schrikt enorm”, zegt Jan. “Maar wat zo bijzonder is, is dat we direct in de overlevingsstand kwamen tte staan. Er ging een knop om in mijn hoofd, hoe komen we hier zo goed mogelijk uit?” “In Twente zeggen we: Je gooit je kop d’r veur. Dat betekent dat je alles doet wat je kunt doen, zelfs tegen beter weten in. Dat gevoel overspoelde me.”
Toch waren die eerste weken heel spannend, omdat hij nog niet wist of er uitzaaiingen waren. “Terugkijkend zijn er veel slechte periodes geweest in al die maanden dat ik ziek was, maar dit was de ergste. Met uitzaaiingen zou de kans op behandeling en overleven veel kleiner worden. Die gedachte druk je keer op keer weg, maar het zit er natuurlijk wel.” Uitzaaiingen waren er wel, maar gelukkig in een behandelbaar gebied.
Toen de arts zei dat dat hij in aanmerking kwam voor een behandeling die gericht was op herstel … “… toen heb ik na dat woord ‘herstel’ niets meer gehoord. Je kunt nog zo’n stoere vent zijn, maar de opluchting was enorm.”
Steun
“Vanaf dat moment hoor je van iedereen die er verstand van heeft, dat je een zware behandeling tegemoet gaat en dat je zo fit mogelijk moet zijn om er zo goed mogelijk uit te komen. Dus daar heb ik me helemaal op gericht. Ik wilde met zoveel mogelijk reserves aan de start verschijnen. Ik bleef dus naar de sportschool gaan. Totdat ik er letterlijk bij neerviel.”
Hoewel Jan degene was die de diagnose slokdarmkanker kreeg, spreekt hij opvallend vaak over ‘wij’. “Ziek zijn, naar de operatie toeleven en revalideren; het klinkt misschien raar, maar we deden het samen. Of scherper gesteld: ik had het zonder Asré niet gekund.” Zijn vrouw Asré ging mee naar alle gesprekken, behandelingen en bestralingen en zette zelfs haar werk als zzp’er on hold om Jan te ondersteunen.
“Daar voelde ik me schuldig over. Zij moest inleveren omdat ik ziek was. En ook de dieren verzorgen, de stallen uitmesten. Je relatie moet echt tegen een stootje kunnen, maar gelukkig konden wij overal over praten en het samen dragen.”
Rome
Net zo belangrijk als die enorme steunpilaar thuis, was het feit dat Jan een bijzonder anker had: kaarten voor een concert van David Gilmour (Pink Floyd) in Rome. “Nog voordat ik ziek werd, had ik die concertkaarten gekocht. Maar het concert viel na de chemoradiatie en tien dagen voor de operatie. Door de bestralingen waren mijn longen ontstoken geraakt. Ik hoestte enorm en gebruikte prednison en morfine om het onder controle te houden. Maar ik moest en zou ernaartoe. Het concert was het anker dat me op de been hield.”
Het concert was geweldig. “Maar toen het voorbij was, kwam de operatie ineens heel dichtbij. “We hebben nog een borrel georganiseerd voor familie en vrienden. Ik had er vertrouwen in, maar wist ook dat mijn leven niet meer hetzelfde zou zijn.”
De operatie was inderdaad zwaar, maar Jan was erop gebrand zo snel mogelijk weer te bewegen. “De dag erna zat ik op de hometrainer. Niet twee keer, maar zes keer per dag.
“Ook thuis heb ik me erover verbaasd hoe snel ik weer aan de wandel was. Eerst tien meter. Toen honderd. Toen een kilometer. En een paar maand later vijf kilometer. Ik voelde echt: ik ga weer de goede kant op.”
Eten werd opnieuw leren eten. Maar ook hier was zijn tactiek: gewoon doen. “Er waren hypo’s, misselijkheid, diarree en momenten waarop ik helemaal door het putje ging. Maar ik wilde telkens opnieuw ontdekken wat ik wél kon eten. Spinazie, vis, aardappelpuree en zelfs spareribs. Door gewoon alles te proberen en opnieuw te proberen, lukte het meestal ook om bijna alles te eten.”
Werk
Een ingewikkelde uitdaging was niet alleen de revalidatie, maar de terugkeer naar werk. “Drie maanden na de operatie ging ik weer aan het werk. Mijn doel was om op te bouwen naar 32 uur per week. Dat ging langzaam, maat het ging. Alleen lukte leven naast het werken niet meer. Thuis was de accu compleet leeg, lag ik op de bank en moest Asré weer alles in haar eentje doen.”
Langzaam kwam het besef dat werken niet meer mogelijk was. “Die boodschap was niet makkelijk om te incasseren. Want al die tijd denk je: genezen betekent terug gaan naar je oude leven. En dat is dus niet zo. En wie ben je zonder je werk? Moet ik de rest van mijn leven heggen snoeien en grasmaaien? Nee, dat gaat het niet worden. Maar wat wel, zal ik de komende tijd moeten uitzoeken.”
Kanker krijgen, heeft hem veranderd, zegt hij. “Het verandert je perspectief. Als ik achter het huis zit, de zon schijnt en de katten liggen in het gras, denk ik: wie doet me wat? Ik heb een goede relatie en een fijn huis. Meer heb ik niet nodig om gelukkig te zijn.
Ondanks alles kijk ik met vertrouwen naar mijn nieuwe leven. Ik weet nog niet precies hoe mijn toekomst eruit zal zien, maar ik zie die met een positief gevoel tegemoet en ga ik ontdekken wat deze nieuwe fase ons brengt
Diagnose en behandeling: Jan kreeg in 2024 de diagnose slokdarmkanker en werd behandeld met 5 chemokuren, 23 bestralingen en in oktober 2024 een operatie waarbij een buismaag werd aangelegd. Hij is nu aan het revalideren.
Werk: Voor zijn behandeling werkt Jan als plantmanager bij een veevoederbedrijf. Hij is recentelijk arbeidsongeschikt verklaart en gestopt met werken.
Tekst: José Leeuwenkamp Fotografie: Martine Sprangers
Meer informatie
- Na de behandeling van slokdarmkanker: Over herstel, klachten en het dagelijks leven na de behandeling.
- Bewegen en energie: Over conditie opbouwen, vermoeidheid en leren omgaan met je grenzen.
- Eten en drinken: Praktische informatie over eten na een buismaagoperatie.
- Buddyprogramma: Praten met iemand die zelf maag- of slokdarmkanker heeft meegemaakt.
Ook Doorgang thuis ontvangen?
Dit interview verscheen in Doorgang, het magazine van SPKS over leven met maag- of slokdarmkanker. Als donateur van SPKS ontvang je Doorgang drie keer per jaar thuis, met ervaringsverhalen, betrouwbare informatie en praktische tips.

