Interview met Geesje Smit

Publicatiedatum: 1 mei 2026

Ze was al hartpatiënt, en toen kreeg Geesje Smit in 2020 daar ook de diagnose maagkanker bij. Het leven zonder maag is geen lolletje, vindt ze. Maar ze heeft plezier in wat ze wél kan en is uitgesproken nuchter. ‘Ik heb beide diagnoses overwonnen. Ik ben er nog steeds.’

Geesje Smit (52)

Privé: Woont alleen in Groningen. Sport graag en is een bezige bij. Werk: Werkte als leidinggevende in een magazijn van een printerfabrikant. Diagnose: Maagkanker (2020). Behandeling met chemotherapie en gehele maagverwijdering. Sinds 2012 ernstige hartklachten en artrose.

“Iedereen maakt ellende mee en op sommige dingen heb je geen grip. Ik denk dan altijd: je kan twee dingen doen. Of je maakt je er vreselijk druk om. Of je blijft er rustig onder. Ik ga voor dat laatste, aan stress doe ik niet mee.”

Het verhaal over haar gezondheid begint in 2012. Geesje maakt in die tijd lange dagen als leidinggevende bij een printerfabrikant in Amersfoort. Ze sportte acht keer in de week: kracht- en conditietraining in groepslessen met muziek. “Ik had dikke enkels, ik hield vocht vast. Het was een slechte conditie van hart- en bloedvaten. Mogelijk een gevolg van het roken, want vanaf mijn zeventiende jaar heb ik twintig jaar stevig gerookt.” Ze stopte met roken. “Van de een op de andere dag. Nee is nee en ja is ja bij mij.” Ze onderging een bypassoperatie en moest daar zeker een jaar van herstellen. “Ook na de hartoperatie ben ik blijven sporten, maar wel een tandje lager. Ik ben nooit een zittertje geweest.”

Mijn redding

“In 2020 was ik vaak schor, maar dat ben ik wel vaker. Zorgelijker was het gevoel alsof er iets in mijn keel zat. In januari belde ik de huisarts. Het was het begin van de coronatijd en de huisarts hield me af. Pas in juli belde ik terug. Ik wilde dat een arts naar mijn keel zou kijken. Ik was nog steeds wat schor, had last van slijm en opborrelend maagzuur. Ik vertrouwde het niet.”

Met een verdenking van corona werd ze naar een kno-arts gestuurd die in haar keel niets geks zag. “Ze deed voor de zekerheid een kijkonderzoek om te zien of er een ontsteking bij de maag zat. Dat is mijn redding geweest, want daardoor zag ze een tumor van twee bij twee centimeter. De specialist zei: ‘Geesje, je hebt een engel op je schouder.’ Ik zei: ‘Hoe bedoelt u?’ Ze gaf aan dat er een tumor zat, maar dat we die in een heel vroeg stadium ontdekt hadden. De reactie van de arts bepaalde hoe ik erin stond. Ik heb geen moment gedacht dat ik het niet zou redden.”

De diagnose kanker kon ze vrij makkelijk incasseren. “Je kan je er druk om maken, maar het verandert niet. Ik ben gaan wandelen. Dan pakte ik mijn rugzak en wandelde zo dertig kilometer op een dag. Ik weet dat bewegen belangrijk is om vitaal te blijven en doe het graag. Ik ben actief en heb een sterk karakter. Dat is mijn natuur, zo ben ik altijd geweest.”

Normale voeding

“De oncoloog gaf aan dat de behandeling zwaar zou worden. Daarvan was geen woord gelogen. Het begon met chemokuren: vier dagen van 24 uur. Heftig, maar ik dacht er niet over na. Je ligt op een bed, kijkt televisie en praat wat met mensen.” De chemo was zeer effectief. De tumor verdween volledig. Daarna volgde de maagoperatie. En daarna nog eens drie chemokuren. Van de achtste kuur zag de oncoloog af. “De tumor was weg, mijn lichaam was oververmoeid, het zou meer kwaad dan goed doen.”

Daarna volgde geleidelijk herstel waaronder een periode van zes weken met sondevoeding. “Ik heb vrij acuut gezegd: ‘Haal die sonde eruit. Anders wordt mijn lichaam lui en wen ik nooit meer aan normale voeding.’ Daarna moest ik zeker wel een jaar bijkomen van de operatie en behandelingen. Ik was enorm verzwakt en afgevallen. Van 75 naar 55 kilo.”

Na de operatie was Geesje na twee, drie weken weer thuis. “Zwaar oververmoeid. De oncoloog hield me gelukkig goed in de gaten. Soms was een opname nodig om me weer op te peppen.” Vooral het eten was een probleem.

“Een auto zonder brandstof staat stil, en zo werkt het ook in het lichaam. In het begin stagneerde de voeding bij mij. Het hoopte zich op in de darm. Dat is nu gelukkig voorbij, maar ik beleef weinig plezier meer aan eten.”

“Het leven zonder maag is geen lolletje”, vindt Geesje. “Het is te doen, maar het vereist een andere mindset. Uit eten? Geef mijn portie maar aan Fikkie. Mijn lichaam protesteert. Ik ben eten gaan associëren met iets vervelends. Het is niet alleen dat je anders moet eten, maar de voeding wordt ook minder goed opgenomen in je lijf. Ik moet mezelf dwingen om regelmatig te eten.”

Patat

Nu, twee jaar later, kan Geesje zeggen dat het redelijk goed gaat. “Het eten blijft het grootste probleem. De geur van eten staat me zo tegen dat het onmogelijk is een maaltijd te bereiden.” Ze maakt nu gebruik van een kant-en-klare maaltijdvoorziening in de gemeente Groningen. “Ik hoef niet meer te koken. Dat geeft mij heel veel rust. Het is geen driesterrenmaaltijd, maar het smaakt lekker en het bevat de voedingsstoffen die ik nodig heb.” Mogelijk komt het plezier van het eten nog terug, hoopt ze. “Ik blijf dingen uitproberen en houd mezelf voor dat het beter wordt. Ik heb laatst patat gegeten en dat ging goed.”

Ze wil benadrukken dat de afkeer van voeding niet voor iedereen erbij hoort. “Iedereen ervaart het anders.” Door het gebrek aan eetlust moet Geesje erop letten dat ze op gewicht blijft. Over ondervoeding als gevolg van kanker is niet veel informatie beschikbaar. “Waar je wel informatie over vindt, is over afvallen en over een maagverkleining. In Groningen vond ik een diëtiste die met mij meedacht en via haar kwam ik in contact met de SPKS.”

In de coronatijd ging Geesje alleen naar de behandelingen. Naar de gesprekken met artsen nam ze een vriendin mee die net zo snel kan schakelen als zij. Die opbouwend meedenkt. “Ik wil soms te snel. Ik wilde kilo’s aankomen, maar zij zei: ‘Zorg nou eerst dat je op gewicht blijft.’ Ze had gelijk: ik moet eerst het een doen en dan het ander. Ik ben te gehaast en wil dan snel-snel, maar dat gaat nu eenmaal niet.”

Even sterk zijn

Wat wil ze meegeven aan lotgenoten? “Je ervaart geen steun van mensen die blijven hangen in het slechte nieuws. Dan kost het je energie in plaats van dat je er iets aan hebt. Omring jezelf daarom met dierbaren die je tot steun zijn.”

Als je zelf hoort dat je ziek bent, schakel je heel snel. Je gaat in een overlevingsmodus, weet ze. En ook een partner die je steunt is daarbij van grote waarde. “Probeer sterk te zijn voor je partner. Mijn advies is ook om niet naast je zieke partner zelf te gaan huilen. Doe dat als je even alleen bent. Doe dat voor die ander, want die heeft de kracht voor zichzelf nodig.”

“Voor mij was de uitspraak van de arts over het engeltje op mijn schouder richtinggevend. Blijf positief tot je een reden hebt om negatief te worden. Als je daarmee begint, kom je er niet uit. Daar moet je je kracht uithalen.”

“Ja, soms maal ik ook wel eens. Dan denk ik: hoe gaat het aflopen? De psycholoog waar de huisarts me naar toe stuurde was geen succes. Ik keek haar aan en zei: ‘Wat ga jij mij vertellen?’ Ze antwoordde: ‘Het is de bedoeling dat jij mij wat vertelt.’ Nou, daar had ik geen behoefte aan. Voor mij is het klaar.”

En nu? Hoe is het nu met haar? “Na de behandeling heb ik de draad weer opgepakt. Wandelen, naar buiten gaan, even bij vriendinnen langs en op hun kinderen passen. Gewoon wat lichte dingen waar ik altijd al mijn plezier uit haal. Er gewoon zijn en dingen doen die ik leuk vind. Een dagje uit, even lekker sporten, een goed gesprek. Het laatste wat ik doe is bij de pakken neerzitten.”

Om lotgenoten te helpen is ze buddy geworden bij SPKS. “Ik wil mensen graag een hart onder de riem steken: ‘Kijk, Geesje redt zich er ook nog mee!'”

Tekst: Rineke Wisman | Foto’s: Joshua Keller en privé

Uit Doorgang december 2023

Ook Doorgang thuis ontvangen?

Dit interview verscheen in Doorgang, het magazine van SPKS over leven met maag- of slokdarmkanker. Als donateur van SPKS ontvang je Doorgang drie keer per jaar thuis, met ervaringsverhalen, betrouwbare informatie en praktische tips.