Interview met Guus

Publicatiedatum: 1 april 2026

‘Ik ben een stuk zuiniger geworden op mijn lichaam’

Na de laatste editie van Doorgang mailde Guus SPKS: ‘Daar zit je dan, 46 jaar, uitgezaaide slokdarmkanker en nog geen jaar te leven. In de bloei van je leven, twee opgroeiende kids. Dat kan toch niet!?’

Dilek en Guus Wiering

Dilek en Guus Wiering (beiden 51 jaar) wonen in Tiel met hun dochter Esmee (19) en zoon Sem (17). Dilek werkt als administratief medewerker bij een installatiebedrijf. Guus werkt bij het Waterschap Rivierenland in de facilitaire dienst.

Diagnose Guus: Slokdarmkanker; uitgezaaid (2021) met een prognose van 8 tot 12 maanden. Behandeling: Operatie om tumoren in de maag weg te halen, 8 FLOT-kuren (fluorouracil, leucovorin, oxaliplatin en docetaxel), een operatie voor een buismaag. Hij is nu genezen.

De mail die Guus naar SPKS stuurde, gaat over de dag dat hij hoorde dat hij uitgezaaide slokdarmkanker had. Nu, vijf jaar later, zitten we bij Guus en zijn vrouw Dilek aan tafel. Hij is schoon verklaard; genezen. Eigenlijk helemaal de oude, met een groot verschil: “Ik was altijd bezig met mijn werk. Nu denk ik: hoe dom kun je zijn… Je levensgeluk zit in hele andere dingen.”

Optimist

Guus’ verhaal begint op een zondagmiddag in 2021. Op de dag dat Guus en zijn vrouw net een nieuwe veranda hebben gebouwd, waar de buren even naar komen kijken. Terwijl ze aan tafel zitten, krijgt Guus plots hevige buikpijn. “Ik wist niet wat me overkwam. Binnen no-time was de pijn zo onverdraaglijk dat ik naar de eerste hulp moest. Een CT-scan liet direct verdachte plekken zien in de slokdarm en buik. Zonder definitieve uitslag was al duidelijk dat het om kanker ging.”

’s Ochtends was hij gezond opgestaan, ’s avonds wist Guus dat hij kanker had. “Dat was enorm schrikken, maar ik ben een nuchter mens én een optimist. Er is vast wel wat aan te doen, dacht ik.”

Maar enkele dagen later, na nieuwe onderzoeken, werd dat optimisme verpletterd. Hij had slokdarmkanker met uitzaaiingen. Zijn levensverwachting was acht tot twaalf maanden, werd hem meegedeeld.

Als Guus dit vertelt, schieten opnieuw de tranen bij zijn vrouw Dilek in de ogen. “De shock was enorm. Ik stortte in. Maar Guus schakelde meteen naar actie.” Guus: “Bij mij ging een knop om. Ik zat bijna direct in een overlevingsmodus. Dit gaat gewoon niet gebeuren. Alles in mij wilde bewijzen dat het anders zou lopen.”

Beschermen

Hoe was hun leven voor die diagnose? “Druk, heel druk”, vertelt Guus. “Thuis druk met onze twee opgroeiende kinderen, toen 14 en 12 jaar oud. En op mijn werk heel druk als bedrijfsleider. Natuurlijk deden we leuke dingen, we gingen op vakantie en ik sportte veel, maar mijn leven draaide echt om mijn werk.”

Ziek was hij nooit. “Ik had nooit pijntjes of kwaaltjes. Zelfs een paracetamol slikken, was zeldzaam. Dat ik kanker had, kwam totaal onverwacht. Achteraf was ik misschien wat moe, maar wie is dat niet met een drukke baan?”

De uitslag en prognose waren zo wrang dat ze het niet meteen aan de kinderen vertelden. “Ik wilde hen beschermen, ook tegen dit slechte nieuws. We wilden eerst het gesprek in het UMC Utrecht afwachten voordat we het nieuws deelden met de kinderen.”

Verschil

“Het UMC Utrecht… wát een verschil. We kregen een enorm aardige en deskundige arts die met ons meedacht. Die bevestigde helaas de diagnose en de slechte vooruitzichten; in principe was alleen een palliatieve behandeling om tijd te rekken mogelijk. Maar hij zei ook: ‘Je bent jong en sportief. Dat geeft kansen.’ Dat woord ‘kans’ greep ik aan. Natuurlijk wilde ik die kans, het ging hier om leven en dood. Míjn leven en míjn dood.”

De arts stelde een bijzonder zwaar behandelplan voor dat nog niet eerder op die manier was toegepast. “Mijn vrouw en ik keken elkaar aan. Zonder een woord te wisselen, kozen we hiervoor.”

Vertelde de arts hoe groot de kans van slagen was? “Nee, we hebben er meerdere keren naar gevraagd, maar ze hebben daar nooit een uitspraak over gedaan. Ik was volgens mij de eerste persoon bij wie ze dit traject hebben ingezet.”

Kans

Met de diagnose, maar óók met een behandelplan op zak, vertelden ze thuis aan de kinderen dat Guus erg ziek was. Dilek: “Na het eten hebben we het hen verteld. We zaten allemaal te huilen, natuurlijk. Dat was een vreselijk moment, maar het was ook fijn dat zij het wisten.”

“Ook fijn omdat we konden zeggen: dit is niet het einde, er is nog een kans”, vult Guus aan.

Guus werd eerst geopereerd om tumoren in de maag te verwijderen. Daarna kreeg hij een PICC-lijn, een soort infuus, voor de chemotherapie. De eerste FLOT-kuren gingen best goed. “Het zou zwaar worden, hadden ze gezegd. Ik dacht: ik zal eens laten zien dat ik dat kan. En in het begin leek het ook best prima te doen. Maar naarmate de kuren elkaar opvolgden, werd ik steeds zieker en steeds zwakker.”

In 2003 had Guus een nier afgestaan aan zijn zus. “Voor mijn overgebleven nier was het dus tijdens de chemo’s ook spannend of die goed bleef werken. Die hielden ze extra in de gaten.”

Na drie kuren bleek de chemo aan te slaan: tumoren waren verdwenen op de scans en de tumormarkers daalden. “Er gebeurde iets, dat gaf een enorme boost!”

Omdat het zo goed ging, werd de serie uitgebreid met nog vier kuren. Maar die vielen steeds zwaarder. “Ik kon zelfs niet meer op de hometrainer zitten. De vijfde kuur, de zesde… het voelde alsof ik bij de poten werd afgezaagd. Bij de laatste kuren zakte ik zelfs door mijn benen. Ik had geen enkele kracht meer over. Maar de arts had gezegd: je moet het volhouden. Dus dat deed ik. Het was mijn enige reddingsboei.”

“Mijn vrouw was, en is nog steeds, mijn grote steunpilaar. Bij elke behandeling en bij elk bezoek aan het ziekenhuis zat zij aan mijn zijde. Achteraf denk ik dat het voor haar zwaarder was dan voor mij. Ik kon niets anders dan ziek zijn, maar zij moest de kinderen, het huis, ons leven, draaiend houden.”

“Werk geeft afleiding, maar het is moeilijk om naar je werk te gaan als je weet dat je man heel ziek thuis zit”, voegt zij toe. “Gelukkig kregen we allemaal, ook de kinderen en ik, veel steun van familie en vrienden.”

Operatie

De achtste en laatste chemo was de genadeklap voor Guus: hij was zo ziek dat hij werd opgenomen. “‘Je bent letterlijk over de eindstreep gevallen’, zeiden ze in het ziekenhuis.” Toch moest hij zien te herstellen, want de buismaagoperatie kwam er nog aan. “En we zijn op doktersadvies naar Texel gegaan, even weer genieten van het leven.”

De goede uitslagen gaven hoop; de gedachte dat hij misschien nog maar enkele maanden had, raakte op de achtergrond. “Omdat de uitslagen elke keer zo goed waren, dacht ik heel eigenwijs: dit gaan we fiksen.”

Omdat het coronatijd was, werden er veel operaties afgezegd of uitgesteld. Dit gaf stress. “Stel dat de operatie niet direct gepland zou kunnen worden? Een negende of tiende FLOT-kuur zou ik niet overleven. Ik zei tegen mijn arts: als er een operatie uitvalt, bel me. Mijn tas stond thuis klaar.”

En dat telefoontje kwam. Tijdens een bezoek aan zijn werk werd hij gebeld: er was een plek vrij. Hij belde zijn vrouw en racete naar huis. Dilek: “In het ziekenhuis stond iedereen op ons te wachten. De kleding voor de operatie lag al klaar op zijn bed.”

“Het ging zo snel dat ik me niet meer zenuwachtig hoefde te maken over die operatie”, zegt Guus. “Eigenlijk wel een gelukje.”

De urenlange, zware operatie volgde, maar hij herstelde verrassend snel. “Er zat een metertje om mijn enkel waarin de fysio kon aflezen hoeveel ik kon lopen. Dat daagde me uit. Ik liep binnen no-time zo veel dat de fysiotherapeut zei: ‘Als het zo goed gaat, mag je ook wel op die fiets gaan zitten.'”

Herstel

Natuurlijk was de weg van herstel lang. Het eten, eerst via sondevoeding, moest hij langzaam oppakken. Tijdens de revalidatie kreeg Guus galstenen die operatief verwijderd moesten worden. Ook had hij veel problemen met het doorslikken van eten door littekenweefsel aan het begin van de buismaag. Dit werd via meerdere gastroscopieën opgerekt.

“Het was aanpassen en wennen. Maar ook dat lukte. Ik kook nog precies hetzelfde als vroeger en Guus kan alles eten, alleen wel het formaat kindermenu”, zegt zijn vrouw met een lach.

Ondanks alles ging Guus na twee maanden langzaam weer aan het werk. “Ik wou bewijzen dat ik het allemaal nog kon.” Dilek: “Je drive was enorm, je deed het echt op wilskracht.”

“Ik wou heel graag terug naar mijn oude leven en alles achter me laten. Ik was altijd onafhankelijk en sterk. Die persoon wilde ik weer worden. Maar ik was gewoon niet meer die persoon. Er was iets veranderd. De energie die ik had, was weg. Nog steeds hoor; ’s ochtends ga ik vol gas overal tegenaan. Maar ’s middags is mijn batterij leeg.” “Je kunt zeggen: ‘Doe het eens wat rustiger aan’, maar zo is Guus niet”, vult zijn vrouw aan.

Meer rust

Naast die blijvende vermoeidheid veranderde zijn kijk op het leven. “Het besef dat je als gezonde man ineens doodziek kunt zijn, verandert je als mens. Zijn er leuke dingen die je wilt doen? Niet uitstellen, doen! We hebben vorig jaar om die reden een prachtige reis gemaakt. En ook van kleine dingen geniet ik meer: ’s avonds op de bank een gebakje eten. Samen sporten.”

Ook zijn kijk op werken veranderde. De managementfunctie paste niet meer. Hij koos voor ander werk. Een baan met minder aanzien en status, maar wel met veel meer rust. “Als ik nu thuiskom is mijn werk klaar en heb ik geen stress meer. Dan gaan we lekker samen sporten, een keer uit eten of een stuk fietsen als het mooi weer is.”

“Die drukke Guus is er nog steeds hoor”, vult zijn vrouw aan. Guus (lachend): “Klopt, maar ik ben geen carrièreman meer, wel een levensgenieter.”

Genezen

Twee weken geleden kreeg Guus in het UMC Utrecht te horen dat hij schoon is. “Ik ben genezen en hoef niet meer terug te komen. Ik zal het nooit vergeten en droom er zelfs nog van ’s nachts, maar het mag langzaam naar de achtergrond.”

Hij voelt zich boven alles dankbaar. “Ik ben een stuk zuiniger geworden op mijn lichaam. Ik dronk vroeger nog wel eens een biertje. Maar dat doe ik niet meer, ik wil fit zijn. Stel dat ik mijn lichaam niet serieus neem, dan zou dat niet eerlijk zijn naar al die mensen die samen met mij hebben gevochten voor mijn leven.”

Dit verhaal delen aan SPKS en met lotgenoten voelt als een afsluiting. “Ik hoop dat het anderen kracht en inspiratie geeft. Een slechte diagnose is niet per se het einde. Dat ik de statistieken heb ‘verslagen’, komt natuurlijk doordat de chemo goed aansloeg en ik fit was toen ik startte. Maar ik denk ook door mijn wilskracht. Ik hoop dat vooral dat blijft hangen, ook bij mijn kinderen. Wilskracht en positiviteit kunnen je leven redden.”

Tekst: José Leeuwenkamp | Foto’s: Lisenka Pauw Fotografie

Uit: De Doorgang december 2025

Ook Doorgang thuis ontvangen?

Dit interview verscheen in Doorgang, het magazine van SPKS over leven met maag- of slokdarmkanker. Als donateur van SPKS ontvang je Doorgang drie keer per jaar thuis, met ervaringsverhalen, betrouwbare informatie en praktische tips.