Interview met René van Dijl

Publicatiedatum: 29 mei 2026

Toen René volop in het leven stond, werd hij ziek. De oude is hij nooit meer geworden, maar gelukkig is hij er nog steeds. Het verschil met vroeger? “Ik hoor veel mensen mopperen, maar daar doe ik niet meer aan mee.”

René van Dijl (63)

Privé: René is getrouwd met Annelies, ze wonen in Hengelo en hebben twee volwassen kinderen en vijf kleinkinderen. René werkte als vrachtwagenchauffeur en werd na de operatie afgekeurd. Annelies heeft een eigen restaurant. Diagnose & behandeling: In 2017 kreeg René de diagnose slokdarmkanker. Hij werd behandeld met chemotherapie, bestraling en werd geopereerd en kreeg een maagbuis. Nu: Genezen.

“Mij maken ze de kachel niet aan,” zegt René van Dijl (63). Een typische Twentse uitdrukking die betekent: ik laat me niet gek maken. Het is een uitdrukking die hem op het lijf geschreven is, want René is nuchter tot op het bot. Een eigenschap die goed van pas kwam in zijn werk als internationaal vrachtwagenchauffeur in het zware en exceptionele transport. “Als je met een lading extreem grote en zware windmolenonderdelen een bosweg moet inslaan ergens in Noord-Finland, een plek die je alleen met coördinaten kunt vinden, moet je geen zenuwpees zijn.”

Hete vuren

De René vóór de diagnose was die nuchtere kerel die kriskras door Europa reed met verlengd en zwaar transport: buizen, kraandelen en stalen constructies. “25 meter lang, 12 meter breed… hoe groter, hoe mooier. Een beroep waarin je van alles meemaakt, maar waarin je ook veel mensenkennis krijgt en snel ontdekt dat je je eigen problemen moet oplossen.”

‘Er zit een waakvlam in mijn hoofd die nooit helemaal uitgaat’

In 2017 merkte hij ineens dat slikken moeilijker ging. “Ik dacht eerst: ik heb te gulzig gegeten. Even een slokje koffie en weer door. Maar het eten bleef hangen. Annelies, mijn vrouw, zei: ‘Ga naar de dokter, je weet maar nooit.’ En ze had gelijk. ‘Als ik jouw verhaal hoor, gaan alle alarmbellen af,’ zei de dokter. Hij stuurde me door voor onderzoek en nog geen week later bleek dat ik slokdarmkanker had.”

“Ik heb geleerd om kalm te blijven onder druk. Stress past niet bij me en ik heb vaak voor hete vuren gestaan. Maar de diagnose kanker was een totaal ander soort ‘heet vuur’. Dat je kanker hebt, is een schok. De onzekerheid van die eerste dagen is zwaar. Is het uitgezaaid? Ben ik te behandelen? Wat zijn mijn kansen? Toch voelde ik geen paniek. Zelfs toen kon ik denken: het is wat het is. Je moet verder, dat weet je. Alleen weet je nog niet wat er op je pad komt.”

Gelukkig kreeg hij positief nieuws: de kanker was niet uitgezaaid. “Toen die eerste onzekerheid wegviel, viel de rest eigenlijk mee. Je krijgt gesprekken, er is een behandelplan en ziekenhuisbezoeken worden ingepland. Er komt veel op je af, zeker. Maar paniek of angst heb ik vanaf dat moment niet meer gevoeld. Inderdaad, het is wat het is. Dat dacht ik toen en dat denk ik nog steeds.”

Twee vingers

Voordat René geopereerd kon worden, onderging hij vijf chemokuren en 25 bestralingen. En ook toen bleef hij nuchter. “Bij de eerste chemo dacht ik zelfs: als dit alles is, doe ik het met twee vingers in de neus.” Lachend: “Gaandeweg werden die chemo’s wel zwaarder. Ik was soms misselijk en vermoeid. Maar het viel me mee, ook de bestraling. Ik mocht niet klagen en bleef fit. Ik kon bijvoorbeeld al die tijd blijven wandelen.”

Verbaasde het hem dat hij er zo goed doorheen kwam? “Toch wel, want de verhalen die je van tevoren hoort, zijn niet positief. Nu ik zelf buddy ben voor de SPKS zie ik dat chemo en bestraling bij anderen heel slecht kunnen vallen. Niet elk lichaam kan het even goed aan. Het maakt nogal uit of je 55 kilo weegt en in slechte conditie bent, of juist fit. Ik had het geluk dat ik gezond en sterk was. Ik denk omdat ik naast mijn werk altijd veel sportte: wedstrijdzwemmen, zaalvoetbal, fanatiek fitnessen… Toen de behandelingen begonnen, woog ik 120 kilo en was ik flink gespierd. Mijn lichaam kon het incasseren.”

Spierballen

Na de chemotherapie en bestraling volgde de operatie waarbij hij een buismaag kreeg. En eerlijk is eerlijk: die viel zelfs deze sterke, nuchtere vent flink tegen. “De arts zei: ‘We zijn zes à zeven uur met je bezig.’ Maar wat dat echt betekent, hoeveel je lichaam te verduren krijgt, ontdek je pas later.”

Op de eerste avond kon René amper naast zijn bed staan. “Na tien dagen ziekenhuis waren mijn armen zo dun dat ik ze nauwelijks herkende. Mijn spierballen waren compleet verdwenen.”

“Dat zo’n operatie je lichaam zo sloopt, verbaast me tot op de dag van vandaag. Je beseft dan pas hoe snel je achteruitgaat als je stil komt te staan. En hoe gevaarlijk zo’n operatie is voor mensen die ouder zijn of minder fit.”

Revalideren

“Ik kon onder begeleiding revalideren in het ziekenhuis. Maar ik moest worden afgeremd. Ik was gewend om te sporten, te presteren, te knallen. Maar na twee keer drie minuten hardlopen op de loopband was ik op. Mijn lichaam was er nog niet aan toe. Ik moest accepteren dat je je grenzen moet bewaken, anders schaadt het je herstel.”

Ook eten was een uitdaging. “Na de operatie kreeg ik 4,5 maand sondevoeding. Daarna moest ik opnieuw leren eten, omdat mijn maag veranderd was. Te veel, te zwaar of te vet — het kwam er gewoon weer uit. Ik moest mijn eetpatroon aanpassen. Maar anders leren eten was lastig. Je maag kan het niet aan, maar je hoofd heeft nog trek in alles wat je vroeger at. En ik ben gek op eten. Mijn vrouw heeft een restaurant waar heerlijk wordt gekookt.” Acht jaar later kan hij weer genieten van eten. “Maar ik eet wel kleine porties.”

De oude

“Ik moet eerlijk toegeven dat ik nooit meer de oude ben geworden,” zegt René. En dat is misschien wel het moeilijkst. “Ik heb minder kracht, ben sneller moe. Mijn concentratie is minder, ik vergeet sneller dingen. Ik heb soms nog steeds last van het eten en reflux ’s nachts. Een ander gevolg van chemo is ‘dode’ vingers in de winter. Het is allemaal niet erg, maar wel heel erg jammer. Vroeger was ik een grote, sterke vent die alles kon. Nu ben ik nog steeds groot, maar niet meer zo sterk. Die ziekte laat sporen na en dat moet je accepteren.”

Werken zoals vroeger, met onregelmatige en lange dagen, lukte om die redenen niet meer. René werd afgekeurd. “In het begin vond ik dat lastig. Ik had altijd veel plezier in mijn werk, genoot van het onderweg zijn, van de afwisseling. Ik vond het leuk om weg te gaan én leuk om weer thuis te komen.”

“Soms zie ik nog een vrachtwagen rijden en denk ik: toch jammer… Maar ik weet ook: het is goed zo. Ik doe genoeg leuke dingen en besteed mijn tijd goed. Ik voel me niet nutteloos. We wonen buitenaf, ik klus in de tuin en maak dingen voor mijn kleinkinderen. Ook ben ik buddy voor de SPKS. Nuttig en belangrijk werk, want ik kan mensen met raad en daad helpen. Hoe is het écht om geopereerd te worden? Hoe voelt het als je spierkracht verdwijnt? Hoe leer je opnieuw eten? Als ex-patiënt vertel je het eerlijke verhaal.”

Waakvlam

René voelt zich genezen. Maar dat hij zeven jaar geleden, zomaar van de ene op de andere dag, kanker kreeg, blijft in zijn achterhoofd. “Je lichaam heeft je ooit verraden, en dat vergeet je niet. Bij een pijntje gaan je gedachten snel terug naar het moment van de diagnose. Er zit een waakvlam in mijn hoofd die nooit helemaal uitgaat.”

“Ik ben dus waakzamer. Maar ik lééf. En ik waardeer het leven meer dan ooit. Als mijn vrouw een leuke vakantie ziet, zeg ik: ‘Boek maar.’ Je wordt makkelijker in het maken van keuzes. En weet je wat ik ook niet meer doe? Mopperen. Ik hoor zoveel mensen mopperen, maar ik doe er niet meer aan mee. Het leven is te kort om je druk te maken over dingen die tegenzitten of over wat anderen denken. Nee, mij maken ze de kachel niet meer aan.”

Tekst: José Leeuwenkamp | Fotografie: Michelle Aman

Ook Doorgang thuis ontvangen?

Dit interview verscheen in Doorgang, het magazine van SPKS over leven met maag- of slokdarmkanker. Als donateur van SPKS ontvang je Doorgang drie keer per jaar thuis, met ervaringsverhalen, betrouwbare informatie en praktische tips.